|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
maandag, 20 mei 2013 17:25
|
|
Wat heb ik nodig om te kunnen schrijven? Weinig, daar ben ik achtergekomen. Een rustige plek. Een laptop. Een kop koffie. Goed, doe er maar vier. En vooral rust aan mijn hoofd.
Het was fijn om tijdens de week Veenhuizen geen agenda of alarmklok te hebben. Er waren geen verplichtingen. Ik hoefde helemaal niets, behalve schrijven. En nadenken. Ik probeer te schrijven over een tijd die ver achter me ligt. Het is opvallend hoeveel details ik me kan te herinneren nu ik mezelf daarvoor de tijd en de ruimte geef. In het dagelijks leven sta ik nergens bij stil, behalve bij lopende zaken. Er is altijd wel weer iets dat of iemand die je aandacht vraagt. Het is opvallend hoe weinig ruimte tot verwerking of contemplatie je hebt als je bijna fulltime werkt en een gezin hebt. Ik ben thuis een slechte slaper omdat ik 's nachts verwerk wat ik overdag meemaak, via allerlei drukke dromen of tachtig keer wakker worden. In Veenhuizen sliep ik als een baby, het klokje rond.
De oude pastorie bood mij en vriendin R., die er was omdat zij ook een boek af te maken heeft, precies wat we zochten: de basis. Een bed om in te slapen, een tafel om aan te werken, een keuken om een eenvoudige maaltijd in te bereiden en een grote tafel om 's avonds uren aan te zitten en te praten. Gesprekken die je doen vergeten dat je op een oncomfortabel stoeltje zit. Gesprekken die geen einde kennen, en die we ook gewoon weer vervolgen als we elkaar zien. Omdat R. in Engeland woont zit daar soms enige tijd tussen, maar dat is voor ons geen enkel probleem.
In onze vrije uren wandelden of fietsten we door het dorp, dat een rijke historie heeft als opvoedgesticht. De bijzondere sfeer was voeding voor de uren aan de werktafel, die we apart van elkaar doorbrachten.
In de woonkamer keek vanaf een schilderij de voormalig pastoor op ons neer. 's Avonds hoorden we twee keer de kerkklokken luiden, wat vreemd was, omdat de kerk geen dienst meer doet. Gelukkig bleven verdere spookervaringen ons bespaard.
Ik heb 16.000 woorden geschreven en er 6000 geschrapt. Het is me overduidelijk geworden dat er nog heel veel werk gaat zitten in de vorm van het verhaal. Misschien is het wel nooit goed genoeg om te publiceren, maar dat vind ik bij voorbaat alvast niet erg. Ik wilde het graag opschrijven, en het begin staat in een bestand. Dat is een behoorlijke winst voor iemand zoals ik, die altijd korte stukjes schrijft. Ik heb mezelf nu laten zien dat ik een lang verhaal aandurf. Dat was het belangrijkst. Met stip op twee stond de concentratie: hoe zou het zijn zonder internet of prikkels, zou ik wel kunnen werken, zou ongedurigheid me in haar greep krijgen?
Het tegendeel bleek waar. Ik functioneer uitstekend zonder afleiding op de laptop en mis het ook niet terwijl ik werk. De tijd ging juist razendsnel voorbij, en R. en ik werkten regelmatig door na het avondeten. Er zo 'in' zitten dat je verder wilt is een goed teken. Dat het ook kan is een luxe.
In Veenhuizen waren er een week lang geen zorgen, geen plichten. Ik voelde me vrij. We waren de meisjes die we 27 jaar geleden waren toen we elkaar leerden kennen, maar dan volwassen geworden. We misten onze gezinnen, maar erover praten hielp. Het feit dat we beiden wisten dat het thuis wel goed zat hielp ook. En ik heb gesmokkeld: op woensdag ging mijn zoon proefzwemmen, en daar was ik uiteraard bij.
Thuiskomen was fijn, en toch ook weer wennen. Ik slaap al drie nachten slecht, en heb een beetje heimwee naar de pastorie. Daarom was het goed om er gisteren te zijn met man en zoon. Ik heb nog even rustig rondgekeken, de laatste spullen ingepakt en afscheid genomen. We hebben een rondje gefietst door het dorp.
En nu fiets ik rondjes in mijn hoofd, want ik wil door met het verhaal, maar moet nog goed bedenken hoe en wanneer.
|
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
woensdag, 01 mei 2013 21:15
|
|
Vandaag was ik in Veenhuizen om de sleutel op te halen van de pastorie, die ik voor de maand mei gehuurd heb. Schrijfster Mariët Meester en haar man leiden dit project. Ze ontvingen ons hartelijk en lieten het huis zien. Dat was even een klus, want het is een huis om in te verdwalen. En dat terwijl ik er maar heel weinig ruimte in ga nemen, zittend achter een laptopje. Het is er heerlijk stil. De achterdeur moet er op slot, want 's ochtends werken er gedetineerden in de tuin (het blijft wel Veenhuizen). Ik maak me daar geen zorgen over. Wel ben ik nerveus voor de week die ik er door ga brengen, omdat het in alle opzichten een test case wordt: kan ik een week zonder mijn gezin? Komt er iets uit mijn handen als ik me afzonder? Gedij ik in stilte, of heb ik juist reuring nodig? En zijn de schrijfplannen die ik heb uitvoerbaar, wil ik verder met wat ik op papier en in mijn hoofd heb?
Dat is veel te veel om in een week te behappen, maar in elk geval wil ik de plannen die ik heb een aanzet geven. Er tekent zich een steeds vaster schema af van hoe ik de werktijd in ga vullen. Het helpt dat er een vriendin over komt, die ook gaat schrijven. Als we een strakke planning aanhouden geloof ik dat het stimulerend zal werken. Wat ook helpt, is dat er geen internet in huis is. Wel een kluis, waarin ik mijn telefoon ga opbergen, die pas na de werkuren tevoorschijn mag komen. Een week geen verbinding met de wereld, het zal mij benieuwen hoe dat bevalt. Goed waarschijnlijk, anders zou ik er niet aan beginnen. Diep in mij verborgen zit een verlangen om naar binnen te keren. Niet te lang. Maar zo af en toe is het nodig.
Ik verheug me intens op het walhalla van pracht dat de pastorie omgeeft. Een groot natuurgebied om in te wandelen en te fietsen. Fijne cafés en restaurantjes om in de namiddag met een grote koffie verkeerd te zitten. En vooral dat gevoel even van alles los te zijn, in een op zichzelf staand universumpje vol geheimen en historie. Niet gedirigeerd worden door tijd, afspraken, andere mensen, verplichtingen. Wegdromen bij wat ik zie, hoor, ruik en voel. Ik houd ervan. Het gaat een mooie week worden.
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
donderdag, 25 april 2013 10:34
|
|
Het is niet een huis waar ik herinneringen aan heb, het appartement van wijlen mijn opa. Dat was het huis dat hij daarvoor bewoonde. Met de bar beneden en de leren krukken die zo typisch roken. Het biljart en de prenten aan de muur. De kanonnelamp, die ik nu in mijn bezit heb. De emaillen soeplepel waarmee ik nu door mijn soepen roer. De geur van verse stamppot. Het zijn eenvoudige zaken waar ik herinneringen aan heb.
Het appartement dat hij de laatse jaren bewoonde was ook eenvoudig. Drie kamers, een groot balkon, uitzicht op groen. Ontdaan van de ballast van een heel leven, met alleen nog de noodzakelijke spullen om zich heen. Een lamp, een soeplepel. Zijn hart had hij achtergelaten in het vorige huis.
En nu staat het appartement te koop, klaar om bewoond en bezield te worden. Het is een uitstekend huis voor starters. En ik maak er een beetje reclame voor, want dat kan ik op deze plek: klik.
|
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
maandag, 29 april 2013 08:19
|
|
Je moet altijd je eerste instincten volgen, en toen we richting het zwembad liepen en alledrie terug deinsden vanwege de overweldigende pisstank, wilde ik weg. Maar mijn zoon was zo opgewonden dat hij de geur snel vergat, hij rende naar het water, de glijbanen, de wildwaterbaan en alles moest in rap tempo bezocht worden. Mijn zoon gaat niet op in drukte, hij wordt drukte, en we waren hem regelmatig kwijt omdat hij niet rustig iets kan bekijken, hij doet alles het liefst tegelijk: het kijken, het doen, het voelen. Met zijn vader ging hij alle spannende dingen doen, en nadat ik alles bekeken had en geconcludeerd dat ik het beste kon gaan zitten voegde ik de daad bij het woord. Mijn zoon wilde me overhalen om de gele glijbaan te nemen, want als ik daarin ging zitten in plaats van liggen zou dat heel rustig gaan. Hij legde me dat heel geduldig uit. Ik bekeek de glijbaan van onderen en zag door het dunne plastic heen al die gebloemde, gestreepte en fluorescerende konten behoorlijk hard gaan, ook zittend. Ik legde mijn zoon uit dat heel langzaam mij soms al te snel gaat. Ik vond het ontzettend lief dat hij me probeerde te overtuigen. Hij wilde bijna heel teleurgesteld zijn dat ik niet met hem mee ging, maar gelukkig was het er te leuk om dat toe te laten. Bovendien ging zijn vader in alles met hem mee.
We aten een patatje, ik las een deel van mijn boek en ik ging mee in het golfslagbad en de stroomversnelling. Ik probeerde de wildwaterbaan maar dat ging me veel te hard. Mijn benen knotsten tegen de hindernissen halverwege en ik moest een grot in waarvan ik niet wist wat daar binnen was. Halverwege zag ik een rots met daarboven een nooduitgang die open stond, ik klom erop en schoot snel naar binnen, betrapt door een verbaasde badmeester. Ik word heel inventief als ik bang ben.
Zittend in mijn plastic stoel snapte ik waarom die extra groot en breed waren. Ik zag heel veel dikke mensen en kinderen. Zelf ben ik ook niet bepaald een lichtvoetige fee, maar ik verbaasde me vooral over de dikke kinderen, daar waren er heel veel van. Heel jonge kinderen al met dikke maagjes en striae. En ik vermoed dat ik de enige in het pand was zonder tatoeage en met boek. Ik werd zelfs een beetje argwanend bekeken, met dat boek. Of misschien wel omdat ik geen tatoeages had. Ik weet het niet. Mijn ongemak in zulke oorden is altijd groot. Laat ik zeggen dat ik veel over heb voor het plezier van mijn kind.
In het kleedhokje liet mijn zoon zijn blauwe plekken zien, hij had het niet gevoeld tijdens het glijden maar nu wel. Hij begon alvast met onderhandelen hoe lang hij nog op mocht blijven, of hij nog filmpjes mocht kijken op de computer als we thuis waren en hij wilde nog een ijsje. Heel efficient doet hij dat, alles tegelijk bedingen. We maakten nog een foto bij de ara's en kochten onderweg een ijsje. Thuis mocht hij langer opblijven, op de computer en nog een ijsje, want tijdens het stoeien met zijn vader was het vorige ijsje op de stoep gevallen.
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
zondag, 21 april 2013 17:13
|
|
Ik ben in de war. Over het algemeen valt het best mee, maar op het gebied van eten weet ik het even niet meer. Ik ben opgegroeid in een tijd waarin macaroni met Smac iets exotisch was, vla zat in een fles, je at uit de Schijf van Vijf en verder moest je niet zeuren. Je ouders rookten gewoon waar je bij was en achterop de fiets moest je er zelf maar voor zorgen dat je poten niet tussen de spaken kwamen. Bakfietsen waren voor krakers. Tot zover de seventies.
In de afgelopen decennia zijn er talloze eetstijlen opgedoken en weten we veel meer van gezond eten. De inzichten daarover wisselen nogal eens. Melk is tegenwoordig niet meer voor elk, fruit is van gezond eten gedegradeerd naar suikerbomgevaar, vlees kan tegenwoordig wel van elk dier en zelfs van rotte exemplaren komen en E-nummers worden vrolijk overal aan toegevoegd. Suiker zelf is een soort gif geworden waar je hersenziektes en schimmels van oploopt. Vis? Niet aankomen, die wordt gevoed met stront, zit vol gif of plastic deeltjes die weer uit je bodyscrub komen. Groenten? Bespoten of uit een ver buitenland aangevoerd. Vla, daar zit bevergeil in. Restaurants mag je ook wantrouwen- ik werkte ooit als afwasser bij een Argentijn waar de sla werd opgepiept in kokend water en rustig van een afgegeten bord werd overgeheveld naar een schoon bord. Over de kakkerlakken die uit de goudgespoten bar kwamen zal ik wel helemaal zwijgen.
Kortom, wat zal ik nu eens eten? Wat kan ik nu nog in mijn en de mond van mijn kind stoppen zonder dat er meteen een grote gevarendriehoek opduikt in mijn gedachten? Ik moet zeggen dat ik tegenwoordig argwanend door de supermarkt loop. Ik ben me niet alle dagen bewust van alle aankopen, maar ik sta vaker en langer op verpakkingen te turen dan me lief is. En dit peinzen heeft wel degelijk invloed- op het dak van onze nieuwe schuur komt een moestuintje en binnenkort schaffen we een vriezer aan waar 'eerlijk' vlees in komt, van een biologische boerderij niet ver hier vandaan. Kortom, de eetverwarring zaait niet alleen onrust, maar zorgt ook voor daadkracht. Daarbij is de overdaad aan aanbod walgelijk in tijden waar aan de andere kant van de aarde mensen niet verder komen dan een bordje rijst per dag. Ik weet dat zij er helemaal niets aan hebben als ik mijn consumptie beperk en zoveel mogelijk probeer om voedsel uit mijn directe omgeving te halen in plaats van uit supermarkten. Maar het voelt wel beter, en iets meer solidair met de rest van de wereld.
|
|
|
|
|
|
|
Pagina 1 van 288 |