|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
maandag, 29 april 2013 08:19
|
|
Je moet altijd je eerste instincten volgen, en toen we richting het zwembad liepen en alledrie terug deinsden vanwege de overweldigende pisstank, wilde ik weg. Maar mijn zoon was zo opgewonden dat hij de geur snel vergat, hij rende naar het water, de glijbanen, de wildwaterbaan en alles moest in rap tempo bezocht worden. Mijn zoon gaat niet op in drukte, hij wordt drukte, en we waren hem regelmatig kwijt omdat hij niet rustig iets kan bekijken, hij doet alles het liefst tegelijk: het kijken, het doen, het voelen. Met zijn vader ging hij alle spannende dingen doen, en nadat ik alles bekeken had en geconcludeerd dat ik het beste kon gaan zitten voegde ik de daad bij het woord. Mijn zoon wilde me overhalen om de gele glijbaan te nemen, want als ik daarin ging zitten in plaats van liggen zou dat heel rustig gaan. Hij legde me dat heel geduldig uit. Ik bekeek de glijbaan van onderen en zag door het dunne plastic heen al die gebloemde, gestreepte en fluorescerende konten behoorlijk hard gaan, ook zittend. Ik legde mijn zoon uit dat heel langzaam mij soms al te snel gaat. Ik vond het ontzettend lief dat hij me probeerde te overtuigen. Hij wilde bijna heel teleurgesteld zijn dat ik niet met hem mee ging, maar gelukkig was het er te leuk om dat toe te laten. Bovendien ging zijn vader in alles met hem mee.
We aten een patatje, ik las een deel van mijn boek en ik ging mee in het golfslagbad en de stroomversnelling. Ik probeerde de wildwaterbaan maar dat ging me veel te hard. Mijn benen knotsten tegen de hindernissen halverwege en ik moest een grot in waarvan ik niet wist wat daar binnen was. Halverwege zag ik een rots met daarboven een nooduitgang die open stond, ik klom erop en schoot snel naar binnen, betrapt door een verbaasde badmeester. Ik word heel inventief als ik bang ben.
Zittend in mijn plastic stoel snapte ik waarom die extra groot en breed waren. Ik zag heel veel dikke mensen en kinderen. Zelf ben ik ook niet bepaald een lichtvoetige fee, maar ik verbaasde me vooral over de dikke kinderen, daar waren er heel veel van. Heel jonge kinderen al met dikke maagjes en striae. En ik vermoed dat ik de enige in het pand was zonder tatoeage en met boek. Ik werd zelfs een beetje argwanend bekeken, met dat boek. Of misschien wel omdat ik geen tatoeages had. Ik weet het niet. Mijn ongemak in zulke oorden is altijd groot. Laat ik zeggen dat ik veel over heb voor het plezier van mijn kind.
In het kleedhokje liet mijn zoon zijn blauwe plekken zien, hij had het niet gevoeld tijdens het glijden maar nu wel. Hij begon alvast met onderhandelen hoe lang hij nog op mocht blijven, of hij nog filmpjes mocht kijken op de computer als we thuis waren en hij wilde nog een ijsje. Heel efficient doet hij dat, alles tegelijk bedingen. We maakten nog een foto bij de ara's en kochten onderweg een ijsje. Thuis mocht hij langer opblijven, op de computer en nog een ijsje, want tijdens het stoeien met zijn vader was het vorige ijsje op de stoep gevallen.
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
zondag, 21 april 2013 17:13
|
|
Ik ben in de war. Over het algemeen valt het best mee, maar op het gebied van eten weet ik het even niet meer. Ik ben opgegroeid in een tijd waarin macaroni met Smac iets exotisch was, vla zat in een fles, je at uit de Schijf van Vijf en verder moest je niet zeuren. Je ouders rookten gewoon waar je bij was en achterop de fiets moest je er zelf maar voor zorgen dat je poten niet tussen de spaken kwamen. Bakfietsen waren voor krakers. Tot zover de seventies.
In de afgelopen decennia zijn er talloze eetstijlen opgedoken en weten we veel meer van gezond eten. De inzichten daarover wisselen nogal eens. Melk is tegenwoordig niet meer voor elk, fruit is van gezond eten gedegradeerd naar suikerbomgevaar, vlees kan tegenwoordig wel van elk dier en zelfs van rotte exemplaren komen en E-nummers worden vrolijk overal aan toegevoegd. Suiker zelf is een soort gif geworden waar je hersenziektes en schimmels van oploopt. Vis? Niet aankomen, die wordt gevoed met stront, zit vol gif of plastic deeltjes die weer uit je bodyscrub komen. Groenten? Bespoten of uit een ver buitenland aangevoerd. Vla, daar zit bevergeil in. Restaurants mag je ook wantrouwen- ik werkte ooit als afwasser bij een Argentijn waar de sla werd opgepiept in kokend water en rustig van een afgegeten bord werd overgeheveld naar een schoon bord. Over de kakkerlakken die uit de goudgespoten bar kwamen zal ik wel helemaal zwijgen.
Kortom, wat zal ik nu eens eten? Wat kan ik nu nog in mijn en de mond van mijn kind stoppen zonder dat er meteen een grote gevarendriehoek opduikt in mijn gedachten? Ik moet zeggen dat ik tegenwoordig argwanend door de supermarkt loop. Ik ben me niet alle dagen bewust van alle aankopen, maar ik sta vaker en langer op verpakkingen te turen dan me lief is. En dit peinzen heeft wel degelijk invloed- op het dak van onze nieuwe schuur komt een moestuintje en binnenkort schaffen we een vriezer aan waar 'eerlijk' vlees in komt, van een biologische boerderij niet ver hier vandaan. Kortom, de eetverwarring zaait niet alleen onrust, maar zorgt ook voor daadkracht. Daarbij is de overdaad aan aanbod walgelijk in tijden waar aan de andere kant van de aarde mensen niet verder komen dan een bordje rijst per dag. Ik weet dat zij er helemaal niets aan hebben als ik mijn consumptie beperk en zoveel mogelijk probeer om voedsel uit mijn directe omgeving te halen in plaats van uit supermarkten. Maar het voelt wel beter, en iets meer solidair met de rest van de wereld.
|
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
donderdag, 25 april 2013 10:34
|
|
Het is niet een huis waar ik herinneringen aan heb, het appartement van wijlen mijn opa. Dat was het huis dat hij daarvoor bewoonde. Met de bar beneden en de leren krukken die zo typisch roken. Het biljart en de prenten aan de muur. De kanonnelamp, die ik nu in mijn bezit heb. De emaillen soeplepel waarmee ik nu door mijn soepen roer. De geur van verse stamppot. Het zijn eenvoudige zaken waar ik herinneringen aan heb.
Het appartement dat hij de laatse jaren bewoonde was ook eenvoudig. Drie kamers, een groot balkon, uitzicht op groen. Ontdaan van de ballast van een heel leven, met alleen nog de noodzakelijke spullen om zich heen. Een lamp, een soeplepel. Zijn hart had hij achtergelaten in het vorige huis.
En nu staat het appartement te koop, klaar om bewoond en bezield te worden. Het is een uitstekend huis voor starters. En ik maak er een beetje reclame voor, want dat kan ik op deze plek: klik.
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
woensdag, 17 april 2013 17:21
|
|
Er zijn van die mijlpalen die geruisloos voorbij gaan. Geen trompetgeschal, geen champagne- nee, ineens ligt dat laatste vloerplankje in de kamer en is je huis af. Verbouwtechnisch gesproken dan. Dat is raar. Vijf jaar stof, lawaai, troep, eindeloze klusdagen, en ineens is er rust. En een enorm lege bankrekening, maar daar worden wij inmiddels niet meer warm of koud van. Wij weten van wanten met statiegeldflessen en kunnen op hoog niveau goochelen met facturen. Onze zoon loopt er altijd fatsoenlijk bij, maar wij zelf doen al jaren met dezelfde winterjas en ik heb een garderobe waarvan ik de kledinghangertjes op de vingers van twee handen kan tellen. Ons huis, een deel van een voormalige kazerne, kochten we toen het een slaapkamer was met badkamer en bijkeuken (begane grond), een woonkamer met keuken (eerste verdieping) een lege vide en een negen meter hoge zolder (tweede verdieping). Na vijf jaar hebben wij daar een woonkamer en keuken met openslaande deuren van gemaakt (begane grond), twee werkkamers (eerste verdieping), een badkamer, washok en slaaploft (tweede verdieping), een kinderslaapkamer (derde verdieping, er zelf in gelegd) en een zolder (vierde verdieping). De hal, een bijzonder mooie met een houten trappenhuis, hebben we afgebikt en gestuct, en geschilderd. We hebben de glas in lood pui gerestaureerd en er een prachtig middenraampje in gezet (onze draak). De elektriciteit, die verouderd was, is opnieuw aangelegd. Het was al met al een werkelijk ongelooflijk intensieve klus, die we helemaal zelf hebben geklaard, met hulp van familie en handige vrienden. Ik heb eigenlijk bijna geen woorden voor hoe veel impact dit heeft gehad op vijf jaar van ons leven. We hebben ons er qua tijd en intensiteit gigantisch op verkeken. Het heeft ons tranen gekost, zweet, naar mijn weten geen bloed, op een paar schaafwondjes na. Ons huwelijk heeft het overleefd, daar is ook iets voor te zeggen. En ik doe dit nooit, nooit, nooit meer. Van jaren achtereen in stof wonen komt ook een beetje stof in je hart.
Nu dit tijd-, energie en geldverslindende project bijna voorbij is, mogen we ineens leuke dingen gaan doen, zoals de boel inrichten. Het voelt als nieuw. De kleinste dingen zijn voor ons groot en bijzonder. We zijn er gewoon leukere en weinig eisende mensen van geworden, zou ik bijna zeggen. We drinken kopjes koffie in de speeltuin en genieten zomaar van een vrije zondag. We hebben zowaar voor het eerst in jaren een vakantie geboekt en verheugen ons als kleine kinderen op het kopen van nieuwe jassen. En we lopen rond in dit huis en zijn blij, en trots. Eindelijk is het van ons, is het 'eigen', voelt het niet meer als een last, maar als een lust. 's Ochtends kijk ik om me heen en wil ik dat eigenlijk de rest van de dag blijven doen. Volgens mij kan ik 'ik ben thuis' niet beter omschrijven dan zo.
|
|