Ik blog, dus ik besta!
header image1header image2header image3header image4

Loopbrug
Fictie
Geschreven door Administrator    dinsdag, 04 november 2008 12:51
Haar elleboog wekte hem. 'Je moet opstaan.'
Heel even waande hij zich gelukkig, zoals altijd in de eerste vijf seconden dat hij wakker was. 'Ik kom.'
Hij rekte zich uit, staarde even nietsziend naar het blauw geschilderde bouwbehang aan de muur. Hij wist wat er komen ging en hij had er geen zin in, zoals elke ochtend. De tredmolen van douchen, aankleden, eten. Zijn kinderen die met onuitgeslapen hoofden boven hun Brinta zaten en hem chagrijnig aankeken. Zijn vrouw die hem op afstand hield door over het weer te praten, of over het nieuws. Als hij met zijn tas naar de voordeur liep, meende hij altijd iets opgeluchts in hun 'tot vanavond' te horen.
De file was het lichtpunt van de dag. Het gaf hem een goed gevoel om ergens naar op weg te zijn, samen met heel veel andere mensen.
Als hij in een eindeloze rij auto's stond te wachten met de radio aan, proefde hij een saamhorigheid die hij niet kende. Met z'n allen in hetzelfde schuitje, dag in dag uit. We zijn samen, jongens, niemand is alleen.
De afrit naar zijn werkplek nemen voelde als een afscheid en daar bekroop hem ook altijd de somberte die de hele dag zou aanhouden, tot het gelukzalig slapen.
Zijn collega, een gewezen Groninger die aan zijn identiteit probeerde vast te houden door zijn woordgebruik, begroette hem al twintig jaar op dezelfde manier: 'Moi, jongen.'
Hij zei altijd moi terug vanwege het lekker bekken ervan. 'Goedemorgen' op 'moi' sloeg als een tang op een varken. Hij hield ervan mooie combinaties te maken- een mooi pak met een goede stropdas, de juiste wijn bij het eten, en de juiste tegengroet op 'moi.'
Het plaatsnemen achter de computer voelde alsof er een keten om zijn enkel ging. Toch kon hij niet buiten zijn werkzaamheden, de vieze koffie, 'moi, jongen' en de bloedmooie nieuwe stagiares.
Elk jaar kwamen er nieuwe bloedmooie stagiaires, alsof ze werden uitgezocht op geilheid. Ze zagen hem nooit en daardoor kon hij des te ongeremder kijken. Naar hoe ze zaten te typen, of hoe ze een kopje naar hun mond brachten, of hoe ze voorover bogen om een nietmachine te pakken. Hij laafde zich aan de soepele bewegingen en de gulle lachsalvo's van de stagiaires. Soms schoof even het beeld van zijn puberdochter voor zijn ogen en voelde hij zich pervers, een gluurder. Dat wist hij meestal snel weg te drukken door iets te gaan doen.
Het beschaamde gevoel bleef soms de hele dag hangen. Het weerhield hem er echter niet van om te blijven kijken. Soms droomde hij voor zich uit, over een leven met een stagiaire- hoe zou dat zijn? Stomende seks in studentenappartementjes, hand in hand in de bioscoop zitten, begerige ogen, volle lippen op de zijne. Als hij dan ging afkoelen in het toilet, zuchtte hij bij de aanblik van zijn kalende hoofd en zijn treurige ogen.
Soms zocht hij zijn hele gezicht af in de spiegel, alsof hij zou kunnen vaststellen wat er met hem gebeurd was, maar hij kon nooit een eenduidige aanwijzing vinden. Hij was ouder geworden en onzichtbaar, en zelfs als hij lachte zag hij er treurig uit- een clown met een verlopen grimas.

De rit naar huis was het ergst, zeker in de winter. Stapvoets reed hij de ring af, in het schemerdonker, en voelde een harde steen in zijn maag liggen bij de gedachte aan wat komen ging. Zijn drie naasten aan tafel, gesloten als een vesting. Alsof ze zich in een kasteel verschanst hadden en de loopbrug hadden opgehaald.
 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen