|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
woensdag, 19 december 2012 19:17
|
|
Is het al tijd voor een terugblik? Ik ben niet zo goed in terug blikken. Ik kijk altijd vooruit en kan nooit vertellen wat ik vorige week gedaan heb, laat staan drie maanden geleden. Het lijkt wel alsof dat steeds erger wordt. Volgens mij heeft iemand stiekem aan een knopje staan draaien zodat mijn leven op steeds snellere toeren wordt afgedraaid. Sta ik maandag op, werk me de *insert net vervangend woord voor tyfus*, breng mijn zoon naar school/vriendjes/zwemles, reis van hot naar her voor werk en dan is het ineens vrijdag. Hoe is het zo gekomen dat ik een carrieretijger *insert kotsbakje* ben geworden met kind en hypotheek? Welke afslag was dat? Ik kon het niet zien, het was erg druk op de snelweg. Of heet dat levensweg?
We praten er soms over. Hoe kan het anders? Hoe zou het rustiger kunnen? Kleine stapjes maken. Een moestuin op het dak van de nieuwe schuur. Beetje rommelen met plantjes en kruiden. En nu het monster dat ons huis heet, een lief monster maar wel altijd hongerig, bijna klaar is, zijn we na vijf jaar verbouwen ook wel aan een vakantie toe. Oh, en aan elkaar. Ik bedoel, dat kind ken ik wel, zie ik elke dag. Maar die man die hier ook woont zie ik 's avonds, in het donker, met een oog half open, als hij in bed stapt. Deadlines, drukte, passie voor zijn werk zoals ik dat ook heb, we vergeven het elkaar. Maar ik wil nu wel weer eens een lifeline. Een life. Met tijd. Aandacht. Rust.
We beginnen maar eens met de kerstvakantie. Zit behoorlijk volgeramd, maar van gezellige dingen krijg je energie. En dat terugblikken, daar ga ik volgende week voor zitten, als ik er een week vakantie op heb zitten en me inmiddels doodverveel.
|
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
maandag, 17 december 2012 20:28
|
|

Bert Hansma schreef een boekje vol wonderschone, kleine observaties nadat hij een hartstilstand had overleefd. Bert weet wel weg met woorden. Elk verhaal komt regelrecht je hart binnen.
Daarom vandaag een boekentip. Hier bestel je Bert's zieleroerselen. Ik ben ontzettend trots dat ik er een klein steentje aan bij heb mogen dragen.
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
woensdag, 12 december 2012 19:17
|
|
Daar gaan ze. De mannen met de vuilniszakken. De mannen met de vuilniszakken en trainingsbroeken aan. Ze lopen langs de weg. Ze hebben baarden van een aantal dagen. Het lopen lijkt op zwoegen. Het is koud en ze hebben geen jas aan. Of een jas die past bij de zomer.
Soms lopen ze niet ver. Ze stoppen bij de bushalte. Ze zetten de vuilniszak neer en wachten. Op andere dagen hebben ze haast. Ze weten waar het treinstation is. Daar willen ze naartoe. Weg hier, weg. Ruiken aan vrijheid, het inademen en weer uitademen, met elke stap wordt de wereld groter, van mij, van mij!
Elke dag hoest de plaatselijke gevangenis mannen uit haar lelijke muil. Ellke dag moet ik de neiging bedwingen ze een lift te geven. Kom maar hier, jij kouwelijke man met je lelijke trainingspakkie. Stap in, ik weet waar je heen wilt. Die trein in en nooit meer terugkomen. En toch zie ik je elke dag terugkomen, je loopt al jaren hetzelfde rondje. Je glimlach geeft me hoop.
|
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
zondag, 16 december 2012 18:18
|
|
Op mijn tweede stond ik nog brutaal op een verjaardag door een microfoon te zingen en dacht ik dat de wereld van mij was. Op mijn vierde was dat over. Eenmaal geconfronteerd met de buitenwereld, bestaande uit andere kinderen, begreep ik al heel snel dat ik 'anders' was en dat anders niet als goed werd gezien. Mijn verdedigingsmechanisme bestond uit me verstoppen. Ik verstopte me achter mijn lange haar, in verhalen schrijven, en in boeken. Als ik las was ik iemand. Als ik verhalen schreef kon ik de wereld maken zoals ik wilde. Wat me ook op de been hield was mijn koppige geloof in mezelf. Andere kinderen zagen mij als zwak, omdat ik makkelijk te pesten was en snel huilde. Maar ik wist zeker dat ik niet wilde worden zoals zij. Ik vond ze dom en lelijk en bleef geloven in de dag dat ik mocht bestaan. En die dag kwam.
Veel later pas ging ik zien wat pesten met mij gedaan had. Ik had anderen lang vanachter mijn haar kunnen observeren, en kopieerde het bestudeerde sociaal gedrag, waardoor ik wel werd geaccepteerd. Ik kon me perfect voordoen als 'een van de anderen' terwijl ik me van binnen volstrekt eenzaam en anders voelde. Ik wilde zo graag aardig gevonden worden dat ik iedereen in alles voor liet gaan en mijn eigen grenzen ruim overschreed. In mijn liefdesleven liet ik mannen toe die me als vuil behandelden. Ik durfde nooit een discussie aan en waaide met allerlei meningen mee. Ik raakte in depressies en was mezelf heel lang kwijt.
Het heeft me minstens tien jaar gekost om mezelf terug te vinden, te accepteren wie ik ben. Vol te omarmen wie ik wil zijn, en wat ik wil uitdragen. Dat mij dat nog steeds anders maakt dan anderen doet me niet veel meer. Tegenwoordig mag ik elke dag bestaan, precies zoals ik ben. Voor kliekjes en groepsgedrag ben ik nog steeds huiverig, maar door meteen te laten zien wie ik ben heb ik er geen last meer van, al zal ik nooit een groepsmens worden.
Pesten is van alle leeftijden. Zodra er een groep mensen bij elkaar komt, komt er een oeroud mechanisme op gang: wie is de sterkste, wie de zwakkere, wie is de leider en wie de volger. Pas je je niet aan aan de groepsnorm, dan lig je eruit. Pesten kan zonder woorden. Het lukt al met een blik, of door iemand te negeren. In een groep pas je je aan en neem je een rol op je. Wie dat niet kan is het buitenbeentje. Daarom geloof ik niet erg in campagnes tegen pesten. Ik geloof wel dat je pesters eruit moet lichten, en niet de gepeste lastig moet vallen met weerbaarheidscursussen. Iemand die graag pest is iemand die zelf problemen heeft, en die de drang voelt mensen die 'anders' zijn de les te moeten lezen. Leven en laten leven zou je kinderen al vroeg moeten leren. We hoeven niet allemaal binnenbeentjes te zijn.
|
|
Algemeen
|
|
Geschreven door Esther Donkers
maandag, 10 december 2012 19:52
|
|
'Mama, paste ik daar in? Wat was ik vroeger schattig, he?'
Mijn zoon kijkt naar de rij piepkleine schoentjes die ik van de zolder heb gevist. 'Ik vind je nog steeds schattig, hoor,' zeg ik en pak hem beet voor een zoen, maar hij onttrekt zich daar lachend aan. De tragiek van de kleffe jongensmoeder die ik ben- soms laat hij het zich nog welgevallen, maar alleen op zijn voorwaarden. 'Maar nu ben ik groot,' wijst hij mij terecht. 'Dan ben ik toch niet meer schattig?'
Ik kijk naar zijn donkerbruine Beatle-haar, zijn diepbruine chocoladeogen en de kuiltjes in zijn wangen. Verschrikkelijk schattig, om op te vreten is hij. 'Je bent nu groot, en lief, en stoer,' zeg ik zo zakelijk mogelijk. Dat was het goede antwoord. Hij knikt en speelt verder met zijn Lego.
Een paar uur later wil de grote jongen die niet meer schattig is het poppenhuis hebben dat we op zolder vonden. 'Is leuk toch?' Zijn ogen schitteren. 'Daar kan ik mijn knuffels in stoppen.'
De tussen-servet-en-tafellaken-leeftijd, mag die asjeblieft nog heel lang blijven?
|
|
|
|
|
|