|
Het is druk in het Drents Museum. Zoon en ik zijn allebei drukte-absorbeerders, en ik zie dat het direct op hem overslaat. Zijn ogen worden groter en hij loopt te dicht langs de schilderijen, wil ze aanraken, gaat voor fotograferende mensen staan en praat te luid. Ik zie als het ware de lichtflitsjes door zijn lichaam gaan.
Ik neem hem even apart en leg een paar dingen uit. Ik ben ten slotte de volwassene hier, en van drukte ga ik alleen maar zweten. Dat ook ik in galop langs de kunst wil in zulke mensenmassa's weet ik professioneel te onderdrukken. Niet aanraken, uitkijken waar je loopt, en kijken met aandacht, zeg ik tegen hem. Probeer het maar. In elk schilderij kun je wel iets moois ontdekken. We zien samen een schilderij met een mooie lichtval, met een vallende piloot, met jongens die papieren vliegtuigjes maken. Zaken die zijn interesse hebben, en zoals altijd vallen details hem op. 'Kijk eens, waarom is die vloer daar kapot? Hebben die mensen weinig geld?'
We lopen door het archeologiegedeelte, maar ook daar wil hij snel doorheen. Normaliter zou hij dat een interessant onderdeel vinden, maar vandaag niet. We hebben immers een Doel: het kindermuseum, dat onderdeel is van het geheel. Toch weet ik hem nog naar een voorstelling over het meisje van Yde te lokken. Onderweg naar het Doel gaan we haar zelf ook nog even bekijken. Wat een lot: gewurgd worden door je eigen volk, gedumpt in het moeras en vele eeuwen later in een vitrine liggen. Doordat haar vinders haar tanden hebben uitgetrokken heeft ze een grimas die op een schreeuw lijkt. Als er geen glas tussen ons in zat, zou ik haar gelooide wang willen aaien.
In het kindermuseum komen we in het huis van meneer van Lier terecht, een belastinginner uit de 19e eeuw. Uit een kist met moderne voorwerpen mogen kinderen een item kiezen en daar het equivalent van zoeken in het huis. Deze belastingman kan het dus wel leuker maken. Zoon is er zeker een half uur zoet mee- hij vindt de 19e eeuwse varianten op een dimmer, een laars-uittrekker en een thermoskan. Als hij de gepruikte meneer van Lier ook nog weet te vertellen dat zijn laars-uittrekker de vorm van een scarabee heeft, 'want dat weet ik van Dummie de Mummie' oogst hij veel lof. Ja, meneer van Lier, mijn zoon is inderdaad een slimmerik, dat heeft u goed gezien.
In het moderne gedeelte is een belevenistoestand gemaakt. Ik word er een beetje moe van. Overal lichtjes, prikkels, drukte, knopjes, dingen te doen. Zoon wil uiteraard alles doen, en daarom is het teleurstellend dat sommige onderdelen niet werken. Uiteindelijk doet ook de scanner waar zijn tekening met een uitvinding onder kan het niet. We druipen af naar het restaurant en willen iets eten. De blini's met gerookte zalm lijken ons wel wat, alhoewel het magische kindermenu ook trekt. Wat is dat toch met horeca-uitbaters dat kindermenu's altijd frituurhappen zijn? Alsof kinderen geen smaak hebben. Zoon zegt bij navraag dat hij wel eens 'kip in een jasje' (een recept van zijn vader), vis of wortels in een kindermenu zou willen zien. Ik ook. Ik vind het vreemd dat we kinderen van kleinsaf aan leren dat ze vette happen lekker moeten vinden. Uiteindelijk eten we niets, omdat de keuken dichtgaat. Een Fristi en een koffie verkeerd (waarom heet dat tegenwoordig overal een 'latte?') weten we nog net te bemachtigen.
Eenmaal buiten wil hij nog even voorzichtig door het veld met krokussen lopen, het rolstoelpad bij het Drents Archief af rennen en mij wijzen waar onze auto staat. In de auto gaat de zonnebril op. Een goed teken. Terwijl ik Assen doorkruis op zoek naar een oprit naar de A28 die wel open is, leest hij de Donald Duck met zijn supercoole zonnebril op. 'Dit gaan we vaker doen als het huis af is,' draai ik onze mantra af. We zeggen het al zo lang. Eropuit, op stap, de wereld zien die vandaag in Assen begon.
|