Ik blog, dus ik besta!
header image1header image2header image3header image4

Blog


Kindermenu
Algemeen
Geschreven door Esther Donkers   zondag, 07 april 2013 17:24
krokusMerlijn
 
Het is druk in het Drents Museum. Zoon en ik zijn allebei drukte-absorbeerders, en ik zie dat het direct op hem overslaat. Zijn ogen worden groter en hij loopt te dicht langs de schilderijen, wil ze aanraken, gaat voor fotograferende mensen staan en praat te luid. Ik zie als het ware de lichtflitsjes door zijn lichaam gaan.
Ik neem hem even apart en leg een paar dingen uit. Ik ben ten slotte de volwassene hier, en van drukte ga ik alleen maar zweten. Dat ook ik in galop langs de kunst wil in zulke mensenmassa's weet ik professioneel te onderdrukken. Niet aanraken, uitkijken waar je loopt, en kijken met aandacht, zeg ik tegen hem. Probeer het maar. In elk schilderij kun je wel iets moois ontdekken. We zien samen een schilderij met een mooie lichtval, met een vallende piloot, met jongens die papieren vliegtuigjes maken. Zaken die zijn interesse hebben, en zoals altijd vallen details hem op. 'Kijk eens, waarom is die vloer daar kapot? Hebben die mensen weinig geld?'
We lopen door het archeologiegedeelte, maar ook daar wil hij snel doorheen. Normaliter zou hij dat een interessant onderdeel vinden, maar vandaag niet. We hebben immers een Doel: het kindermuseum, dat onderdeel is van het geheel. Toch weet ik hem nog naar een voorstelling over het meisje van Yde te lokken. Onderweg naar het Doel gaan we haar zelf ook nog even bekijken. Wat een lot: gewurgd worden door je eigen volk, gedumpt in het moeras en vele eeuwen later in een vitrine liggen. Doordat haar vinders haar tanden hebben uitgetrokken heeft ze een grimas die op een schreeuw lijkt. Als er geen glas tussen ons in zat, zou ik haar gelooide wang willen aaien.
In het kindermuseum komen we in het huis van meneer van Lier terecht, een belastinginner uit de 19e eeuw. Uit een kist met moderne voorwerpen mogen kinderen een item kiezen en daar het equivalent van zoeken in het huis. Deze belastingman kan het dus wel leuker maken. Zoon is er zeker een half uur zoet mee- hij vindt de 19e eeuwse varianten op een dimmer, een laars-uittrekker en een thermoskan. Als hij de gepruikte meneer van Lier ook nog weet te vertellen dat zijn laars-uittrekker de vorm van een scarabee heeft, 'want dat weet ik van Dummie de Mummie' oogst hij veel lof. Ja, meneer van Lier, mijn zoon is inderdaad een slimmerik, dat heeft u goed gezien.
In het moderne gedeelte is een belevenistoestand gemaakt. Ik word er een beetje moe van. Overal lichtjes, prikkels, drukte, knopjes, dingen te doen. Zoon wil uiteraard alles doen, en daarom is het teleurstellend dat sommige onderdelen niet werken. Uiteindelijk doet ook de scanner waar zijn tekening met een uitvinding onder kan het niet. We druipen af naar het restaurant en willen iets eten. De blini's met gerookte zalm lijken ons wel wat, alhoewel het magische kindermenu ook trekt. Wat is dat toch met horeca-uitbaters dat kindermenu's altijd frituurhappen zijn? Alsof kinderen geen smaak hebben. Zoon zegt bij navraag dat hij wel eens 'kip in een jasje' (een recept van zijn vader), vis of wortels in een kindermenu zou willen zien. Ik ook. Ik vind het vreemd dat we kinderen van kleinsaf aan leren dat ze vette happen lekker moeten vinden. Uiteindelijk eten we niets, omdat de keuken dichtgaat. Een Fristi en een koffie verkeerd (waarom heet dat tegenwoordig overal een 'latte?') weten we nog net te bemachtigen.
Eenmaal buiten wil hij nog even voorzichtig door het veld met krokussen lopen, het rolstoelpad bij het Drents Archief af rennen en mij wijzen waar onze auto staat. In de auto gaat de zonnebril op. Een goed teken. Terwijl ik Assen doorkruis op zoek naar een oprit naar de A28 die wel open is, leest hij de Donald Duck met zijn supercoole zonnebril op. 'Dit gaan we vaker doen als het huis af is,' draai ik onze mantra af. We zeggen het al zo lang. Eropuit, op stap, de wereld zien die vandaag in Assen begon.

 

 
Er klinken geen violen
Algemeen
Geschreven door Esther Donkers   vrijdag, 05 april 2013 12:04

Een mail in mijn inbox. Een oud-leerlinge die geslaagd is en dat graag wil vertellen. Ik word er helemaal warm en blij van.

Met het opstaan kijk ik op mijn telefoon. Ik zie een sms van een oud-leerling, die even wil kletsen en vraagt hoe het gaat. Terloops merkt hij op dat de lessen van zijn vervolgopleiding lang niet zo leuk zijn als de mijne waren. Wat een lekker bericht om mee op te staan.

Ik ontdek een mailbox op Facebook waar blijkbaar berichtjes binnenkomen van niet bevriende mensen. Daar zitten twee mails in van een oud-leerlinge. Ze is geslaagd, heel blij, heeft een prachtige baan gekregen en bedankt mij. Ook heeft ze mijn boek gekocht voor haar stagebegeleiders. Wat een heerlijke mails.

Mijn zoon kijkt een film. Ik kijk naar zijn mollige wang en zijn geconcentreerde oog. Naar zijn dichtgevouwen handen en zijn prachtige oorschelp. Hij ziet en hoort zoveel, dit kind, de wereld is voor hem zo druk. Maar nu heeft hij rust en kan ik hem goed bekijken. Wat houd ik toch met heel mijn hart en ziel van hem.

Ik zit bij de KNO-arts, die me vertelt dat ik wel wat dovig ben maar dat dat verder niets ernstigs is. En dat de piepen die in mijn oor klinken het gevolg zijn van een gehoorbeschadiging, en misschien nog wel weg gaan, maar dat ze er weinig aan kan doen. En ik denk: dat is pech, maar het universum heeft deze week toch wel zijn best gedaan om me te vertellen dat er genoeg dingen zijn om blij van te worden. Ik zie die dingen niet altijd, maar deze week had ik een heldere blik. Die blik moet ik vasthouden. Dat is hard werken voor mij, maar de beloning is er dan ook naar.

Als ik naar buiten ga schijnt de zon niet, het is koud, er klinken geen violen en ik moet gewoon weer aan het werk. Maar ik ben toch blij.

 
Veenhuizen
Algemeen
Geschreven door Esther Donkers   woensdag, 27 maart 2013 09:13
Als je ziek bent kun je nadenken. Ineens ben je uit de tredmolen. Alles vertraagt, de buitenwereld wordt vaag en niet noodzakelijkerwijs iets waaraan je wilt deelnemen. Ik heb de afgelopen week veel nagedacht. De watten in mijn hoofd hielpen om alles daar buiten weg te houden. Ik deed even niet mee.
Ik wist na een paar dagen nadenken ineens wat ik straks wil gaan schrijven in het schrijvershuis in Veenhuizen. Ik heb het gehuurd voor een maand en ga er zoveel mogelijk zitten. Ik heb twee nog niet helemaal uitgewerkte plannen voor een verhaal. Bij het ene plan horen al een aantal verhalen, bij het andere heb ik een hoofdstuk geschreven en heb ik een raamwerk liggen. Maar het gevoel was er nog niet. Ik kan niet schrijven volgens een plan, al besef ik steeds meer dat het er wel moet zijn. Ik moet ook schrijven op een gevoel, een richting.
Koortsig in bed liggen bracht me die richting. Ik moet, besefte ik, schrijven als mezelf. Alle truukjes laten varen. Geen mooischrijverij willen plegen. De gore details vooral beschrijven. En dat laatste is heel belangrijk voor mij. Ik zwijg al heel lang over dingen die ik gewoon wil vertellen. Daar zitten hele lelijke dingen tussen waar ik nooit over lees bij anderen. Alsof de naakte waarheid niet mag. Ik besefte ineens dat ik steeds weer van iets lelijks iets moois wil maken. Daar moet ik mee ophouden. Ik moet ook onder ogen zien waarom ik dat doe. Het zal de moeilijkste opdracht zijn die ik mezelf geef in Veenhuizen.
 
Blij ei
Algemeen
Geschreven door Esther Donkers   donderdag, 28 maart 2013 11:42
'Mama, we gaan donderdag brunchen op school, en eieren zoeken en spelletjes doen! Ik heb er zo'n zin in! Ik kan bijna niet slapen!'
Dat was maandag.
'Ik heb toch zo'n zin in Pasen op school mama.' Dinsdag.
'Hoeveel nachtjes slapen nog? Ik wil dat het donderdag is!' Woensdag.
'Ooooh vandaag gaan we brunchen op school! En eieren zoeken en spelletjes doen! En ik hoef niet te werken!' Dat was vanmorgen.
Het heeft toch zo zijn voordelen, zo hard klussen dat er weinig tijd en geld overschiet om leuke dingen te doen met je kind. Hij waardeert elk leuk uitje dat in zijn leven voorvalt. 
En ik heb, alvast voor Pasen, een ontzettend blij ei in huis. Want dat is hij. Ik, notoire mopperaar, bij tijd en wijlen in-zak-en-as-zitter, ben gezegend met een kind met een werkelijk onverwoestbaar humeur. Tenzij hij snoep met gezichtjes moet eten of in de plaatselijke kantoorboekhandel een gummetje vindt dat een overreden dier moet voorstellen. Daar kan hij uren treurig over zijn. Verder is er weinig dat hem omver blaast. Ik verwonder me dagelijks over zijn vrolijkheid, zijn stralende humeur en zijn opgeruimde karakter. Het dwingt mij de schoonheid van het leven beter te bestuderen. En door zijn ogen wordt alles ook mooi en bijzonder. Of op zijn minst het bestuderen waard. 
 
 
Ik praat geen priet
Algemeen
Geschreven door Esther Donkers   dinsdag, 26 maart 2013 19:33

Ik pak een foldertje dat bij de bakker op een houten bankje ligt. Het is van de plaatselijke yogaclub. 'Ontspannen,' staat erop, 'in goed gezelschap.' Tegen beter weten in vouw ik het op en steek het in mijn zak, terwijl de bakkersvrouw mijn broden in een tas doet. Ik kan helemaal niet ontspannen in gezelschap. In gezelschap spannen al mijn veren aan. Ik word een wandelende snaar, een antenne die alles oppikt. Ik zal meer met het groepsgebeuren bezig zijn dan met de houdingen die ik aan moet nemen. Ik hoor elke snuif en zie elke afkeurende blik, zelfs als ik plat op een matje lig. Maar ook de vriendelijke blikken, de bemoedigende glimlachjes zullen me niet ontgaan. En alles zal me evenredig uitputten. Alle sociale interacties met mensen die ik niet ken hebben me mijn leven lang tonnen energie gekost. Van een evenement met vreemden moet ik altijd een dag bijkomen. Ik kan niet prietpraten, maar heb mezelf de finesses ervan geleerd, zodat het lijkt alsof ik het heel goed kan. Maar ik krijg er hoofdpijn van en het frustreert me altijd weer, ik heb daarna altijd zin om iets willekeurigs aan gort te schoppen. Hoe ouder ik word, hoe minder goed het me lukt dat te verstoppen. Ik prietpraat niet. Ik praat geen priet.

Dus de yogaclub, nee. Ik haal het foldertje thuis uit mijn zak en gooi het in de prullenbak. De jongere versie van mezelf had het wellicht geprobeerd. De jongere versie van mezelf was een conformistische slappeling. Of een jonge vrouw, wanhopig zoekende naar normaliteit, naar erbij horen. 

Mijn oudere ik gooit het deksel van de prullenbak dicht en pakt het brood uit.

 

 
«StartVorige12345678910VolgendeEinde»