Ik blog, dus ik besta!
header image1header image2header image3header image4

Blog


Stamboom
Van binnen
Geschreven door Esther Donkers   zaterdag, 27 augustus 2011 20:16

"I have the choice of being constantly active and happy or introspectively passive and sad. Or I can go mad by ricocheting in between."
(Sylvia Plath)

 

Met een vinger volg ik de steeds dunner wordende lijn naar het verleden. Ik trek een streep door het stof. De streep wordt een weg langs verdriet, gekte, wanhoopsdaden. Dappere pogingen tot leven door mensen die er misschien liever alleen naar gekeken hadden. Een kruisje bij elke naam die verloren ging. Een buiging naar hen die onbegrepen bleven.

In een verleden dat te duister is om te zien volgt mijn vinger de weg terug. Er gloort licht aan de horizon. Bij de grens tussen toen en nu licht ik mijn vinger op en blaas het stof eraf.

Nog een keer kijk ik om naar de levens die niet geleefd zijn. Aangeraakt door het heden zwaaien zij traag heen en weer als rietstengels in de wind, een onwillekeurige groet.

Ik zet af en loop, ren, vlieg tot de warmte van de zon me verwelkomt als een oude vriend.

 
Doe maar
Van binnen
Geschreven door Esther Donkers   zaterdag, 19 maart 2011 20:29
Ik zat in de auto en luisterde naar de krakende radio, die helaas maar één zender te bieden had, een lokale Veluwse met onduidelijk geneuzel. In stilte had ik geen zin, ik nam genoegen met het geluid en zette het zacht, zodat het geruststellend achtergrondgemurmel werd. Plotseling, ergens halverwege die eindeloze A28, verdween de ruis als sneeuw voor de zon en klonk het onmisbare intro van 'Pa'. Ik zette het geluid onmiddelijk harder en zong mee, zoals ik het hele repertoire van Doe Maar woord voor woord mee kan zingen, compleet met zachte G en rollende Brabantse R.
Op landerige zondagen zaten het buurmeisje en ik op het speelrek voor onze huizen en zongen eindeloos over heroïne godverdomme, heroïne is een vloek, over is dit alles, oehoehoe, over de bom, over je bent ineens geen kind meer, maar zo mooi en minstens zeventien. Ik was twaalf en deze thematiek deed me nog niet zoveel, behalve De Bom, want die hing boven onze hoofden, maar die jongens van Doe Maar vond ik interessant, met hun ik-kom-net-uit-bed-haar, hun gescheurde T-shirts en bijbehorende levensstijl. In de Hitkrant las ik dat Ernst Jansz in een commune woonde, en ik droomde daar de plaatjes bij van Ed van der Elsken, van boerderijen waar mensen met afro's en kralenkettingen woonden, waar varkens en pony's binnen mochten komen en je in je blootje in het achterland kon zonnen. In onze boekenkast stond een fotoboek van Van Der Elsken waar ik hele middagen in kon kijken.
Het moest een mooi leven zijn, zo knap zijn zonder dat je je haar hoefde te kammen en in een band spelen die alle Nederlandse meisjes aan het gillen bracht. Ik twijfelde nog tussen Ernst Jansz willen zijn, of hem willen zoenen.
In 'Pa' hoorde ik daar op de Veluwe het verstrijken van de tijd, het omkeren van rollen en het niet kunnen invullen van verwachtingen. Ik moest denken aan het meisje op het speelrek, dat zo onbekommerd over de zware thema's des levens zong, niet wetend dat ze 26 jaar later in een oude Opel Astra zou huilen om de dingen die ze deed, met haar ogen dicht.

Zoals je daar nu zit je haren bijna wit
De rimpels op je handen
Zo vriendelijk en zacht wie had dat ooit gedacht
Je bent zoveel veranderd
Ik werd niet wat je wou maar papa luister nou
Ik doe de dingen die ik doe met mijn ogen dicht

Je was heel wat van plan maar daar kwam weinig van
Ik lever geen prestaties
Ik heb niet veel geleerd deed alles net verkeerd
Heb moeite met relaties
Ik loop niet in de rij ik breek en vecht me vrij
En doe de dingen die ik doe met mijn ogen dicht

Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen
Kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden
Blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden
Stel je netjes voor, eet zoals het hoort en zeg u {u u u...}

Ik sta hier en ik zing, ik doe gewoon mijn ding
Dat moet je accepteren
Ach luister nou toch pa, het is nog niet te laat
Want leven kun je leren
Ik weet niet waar ik sta, loop niemand achterna
Maar doe de dingen die ik doe met mijn ogen dicht

Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen
Kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden
Blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden
Stel je netjes voor, eet zoals het hoort en zeg u {u u u}

Aahh ah'aahh
Aahh ah'aahh
Aahh ah'aahh

('Pa'- Doe Maar)

 
Down and out
Van binnen
Geschreven door Administrator   zondag, 14 februari 2010 19:56
Ziek zijn heeft een voordeel: je hoeft niks. En je kunt ook niks, al zou je het willen. Met een gemene keelontsteking kun je niet eens praten, terwijl dat iets is wat ik erg graag doe, tot verdriet van sommigen.
De afgelopen dagen heb ik dus niet gepraat, nauwelijks gegeten en nauwelijks bewogen. En voor het eerst in maanden moest ik mijn werk loslaten, kon ik niet bellen en had ik zelfs geen puf om te mailen. Mijn echtgenoot checkte af en toe of ik nog leefde, omdat ook hij nauwelijks kon geloven dat ik het was die daar in de echtelijke sponde zat te vegeteren.
Het enige wat ik deed was om de paar uur pijnstillers nemen zodat ik tenminste kon slikken zonder daarna steeds te gillen, thee met honing drinken en Festini aardbeienijsjes tot mij nemen, omdat die de scherpte en de hitte van de vieze beestjes in mijn keel wegnamen. Een heel basaal bestaan, dat nauwelijks enig denkwerk vereiste.
En laat ik nu eens uit de school klappen: ondanks de pijn, het ongemak en de koorts vond ik het fijn. Mijn hoofd leek op een ballon die je loslaat zonder dichtgeknoopt te hebben. Pfffrrrt, alles weg, alles leeg. Gewoon een paar dagen rondlopen met een holle ruimte op je schouders die ademt, slikt en aan aardbeienijsjes likt. Helemaal zombie en totaal relaxt. Geen verantwoordelijkheden, geen zorgen behalve of de Brufen al op was en geen enkele diepe gedachte die me bezighield.
Blijkbaar ben ik zo iemand die je met geweld, koorts en messcherpe steken in de keel pas tot ontspannen krijgt. Ziek, letterlijk en figuurlijk.
Zoiets noopt tot nadenken. Als ik weer helemaal beter ben, moet ik wellicht manieren gaan zoeken die me op een normale manier tot rust brengen. Helaas ben je als freelancer altijd aan het werk- op elk vrij moment, en in je hoofd. Maar ik moet dus momenten in gaan plannen waarin ik koortsvrij en niet high van de roze pijnstillers kan ontspannen. Anders zie ik mij genoodzaakt een keer of zes per jaar ziek te worden voor de broodnodige rust. En dat kan ik nu net weer niet gebruiken.
Gelukkig heb ik nog even de tijd. De keelpijn trekt zich onder dwang van mijn roze vriendjes terug, maar een lekkere droge prikkelhoest heeft de aanval ingezet en ook het snotleger heeft besloten het op een lopen te zetten. Ik ben dus nog wel even bezig met het noodgedwongen ontspannen. Als het erg lang gaat duren, kom ik eruit als Zen-meester.


En nee, geen Vandaag in Dagblad van het Noorden van afgelopen week, aangezien de lezers hier de strekking ervan wel kennen.
 
Een soort jaaroverzicht, of zoiets
Van binnen
Geschreven door Esther Donkers   zondag, 19 december 2010 09:20
Voor het eerst in m'n leven heb ik iets wat je een 'writer's block' zou kunnen noemen. Mijn hoofd is leeg, de continue stroom van gedachten die gewoonlijk als een ondertiteling door mijn hoofd raast houdt zich stil. En er is geen enkele aandrang om te schrijven, tot nu.
En zelfs nu is die aandrang er eigenlijk niet. Ik doe al een half uur over deze paar zinnen en twijfel aan elke zinsconstructie. Ik zie het even niet meer.
Het scheelt natuurlijk ook dat ik drie weken columnvakantie heb, ik hoef even niets op dat vlak. Dat ik heel erg moe ben van het heen en weer reizen voor werk naar Utrecht, Rotterdam en Amsterdam is een factor. En heel veel lessen schrijven voor een opleiding in de pilotfase met daaraan gekoppelde deadlines is leuk, maar vraagt ook veel van mij en mijn gezin, vooral als ik in de weekenden door moet werken. Daarnaast ben ik begonnen met iets nieuws: voor de klas staan. In, of all places, Rotterdam. Ontzettend spannend en voor een perfectionist als ik bijna ondoenlijk de eerste keer- na een slapeloze nacht, een reis van twee uur en niks kunnen eten zat ik er behoorlijk doorheen, maar stond ik toch fris en fruitig voor de groep studenten die me met open armen ontving. Het was alsof ik het altijd al gedaan had, het voelde goed en natuurlijk. Tijdens de rit naar huis wist ik dat ik definitief nooit meer in de zorg zou werken.  Een keerpunt. Volgend jaar september begin ik aan een verkorte docentenopleiding.
Doen wat je leuk vindt en daar geld mee verdienen, dat is waar ik na jaren zwoegen nu beland ben. Ik hoef geen zijwegen meer te bewandelen. Vorig jaar rond deze tijd ploegde ik door de sneeuw om thuiszorgpatiënten te bereiken en kwam ik elke keer weer verdrietig thuis door de ellende die ik had gezien. Ik nam me voor dat ik er alles aan zou doen om werk te vinden dat me gelukkig zou maken. Of op z'n minst tevreden. Ik schreef al wel, voor het Dagblad, voor het persbureau, voor een uitgever van stedenboeken, maar het leverde niet genoeg brood op de plank op. Er moest iets permanents komen. En zie daar, in mei kwam er een onderwijsinstelling op mijn pad. Of ik lesstof voor ze wilde schrijven, een opleiding in de zorg in elkaar wilde draaien samen met een aantal anderen. Ik zei ja zonder na te denken. En zie hier. Ik maak lessen, ontwikkel lesstof, en het is prachtig.
Het doet mijn gezondheid goed, dat merk ik aan alles. Weg zijn de sombere buien, de paniekaanvallen, het lichte gevoel in mijn hoofd. Ik ben vrolijker en tegelijkertijd meer lik-op-stuk dan ooit. Mezelf geworden, zou je kunnen zeggen, zonder dat ik daar meteen een diepe psycho-analytische uiteenzetting op los wil laten. Zelfvertrouwen is het sleutelwoord. Daar heb ik eindelijk genoeg van verzameld om te beseffen dat er dingen zijn die ik kan. Zomaar.
Het boek dat ik schreef en dat volgend jaar gepubliceerd wordt door De Bezige Bij draagt aan dat gevoel bij, al is er nog steeds een deel van mij dat het niet helemaal gelooft. Toen ik ergens dit jaar de blogjes verzamelde over de zorg en deze opstuurde naar 25 uitgevers, dacht ik niet dat er heel veel belangstelling voor zou zijn. Ik wilde het toch proberen en was verrast. Drie uitgevers vonden het mooi, De Bezige Bij was het snelst en het meest enthousiast. Ik sprong een gat in de lucht toen ik een contract mocht tekenen. Champagne drinken met twee redactrices, de bochtige trappen in het statige uitgeverspand op lopen en al die portretten van Belangrijke Schrijvers zien hangen was onwerkelijk.
Daarna mocht ik flink aan de bak; er moest minstens de helft zoveel bij als ik geschreven had. Graven in mijn verleden in de zorg, met hulp van vrienden en familie, was zwaar. Regelmatig zat ik hele dagen in mijn hoofd, terug in ziekenhuis, verpleeghuis of bajes, en kwam ik met een glazige blik beneden om te eten. Hulde voor mijn echtgenoot en zoon, die wisten dat ze me dan met rust moesten laten. 'Schrijven is een proces,' mailde de Bij-redactrice, en ik, die altijd snel schrijft en snel denkt, die altijd alles nununu af wil hebben, besefte dat en schroefde het tempo omlaag. Ik moest erin duiken, in de materie van toen, en er daarna bovenuit stijgen om het met de juiste afstand te kunnen beschrijven. Zo moeilijk, maar ook zo fijn om te doen. En het lukte. Het boek komt september volgend jaar uit, is de planning nu.
Kijk eens aan. Van een writer's block naar dit hele lange logje. Ging zomaar vanzelf. En nu ga ik weer terug in de vakantiestand. En ik hoef geen ingewikkeld einde te bedenken: ik wens iedereen die dit leest hele fijne feestdagen en een gezond en gelukkig 2011. Tot in januari, of, als ik eerder iets te melden heb, tot dan.
 
Planeet Rozijn
Van binnen
Geschreven door Administrator   vrijdag, 18 september 2009 18:40
Weifelend stond ik 's ochtends om kwart voor zeven voor mijn kledingkast. Wat trekt een mens aan naar een cursus mindfulness?
Ik besloot voor de kleur van de hersenen te gaan en trok een velours grijze joggingbroek aan, mijn zwarte tentjurk die lekker warm is, mijn gebreide grijze gympen en sloeg tot slot een sjaal om. Daar. Mindfuller kon het niet worden.
Dat ik even later detoneerde met de vrolijk geklede moeders op het schoolplein deerde me niet. Vrolijk past niet bij iets dat 'aandachtstraining' heet. Mijn wollige grijze outfit leek me perfect.
Blijkbaar dachten de andere cursisten daar ook zo over. Veilig in een hoekje van de ruimte, slurpend aan mijn koffie, kon ik ze stuk voor stuk observeren bij binnenkomst. Alleen een vermoeid uitziende man had een krijsend joggingpak aan en, zo zag ik later, een bijpassend schreeuwende handdoek om op te liggen. De overige mensen hadden zich in aardse kleuren gehuld.
Links naast me zat een vrouw die ik als normaal typeerde, maar die dat oordeel later ruimschoots teniet deed. Rechts naast me een verlegen studentikoze jongeman. Tegenover me een vrouw die aan een stuk door op haar nagels beet en bij de introductie huilend zei dat ze een enorm laag zelfbeeld had. Dan was daar nog de vrouw die zelf wilde leren mindfulness te doceren, twee dames die ik ervan verdacht beroepspatienten te zijn ('ken ik jou niet van dagbehandeling, zes jaar geleden? 'ja, volgens mij wel, ik zat toen in mijn slechte periode,' 'oh ja, die zelfmoordpoging toch?') en de starende vrouw die praatte alsof ze twee liter wodka op had. Ik zou het bijna een kleurrijk stel noemen, op de aardkleuren na. En ik wilde mijn sjaal omslaan en wegrennen. Heel hard, de eerste beschikbare hoek om.
Toen we een rozijn moesten bekijken, beknijpen en beluisteren om hem vervolgens te proeven, in de mond te laten rondgaan en door te slikken, zei alles in mij dat ik op moest staan om weg te gaan. Vooral ook omdat het geluid van de rozijn me misselijk maakte. Knijp maar eens in een rozijn die je dicht bij je oor houdt. Het tart alle beschrijvingen.
Ik at het gekneusde object niet op, maar legde het op mijn grijze knie. Mijn medecursisten zeiden alle sociaal-wenselijke dingen die er gezegd moesten worden.
'Ik heb nog nooit zo intens een rozijn geproefd.' 'Ik zag nu pas wat een bijzondere kleur een rozijn heeft.' Ze leken me ineens volstrekt en zeer teleurstellend normaal.
Gelukkig zei mijn gewoon lijkende buurvrouw dat ze tijdens het kauwen dacht aan hoe ze hier weg kon komen, dat haar rozijn op een onbekende planeet leek en dat ze straalmisselijk werd van rozijnen in het algemeen. Ik wilde haar bijna op de schouder kloppen van dankbaarheid. Een soulmate.
Het liggen op een matje leek me fijn. Ik installeerde me met twee kussentjes op een plek ver weg van de docente, maar werd al snel omringd door medecursisten die verdacht dicht in mijn eigen ruimte kwamen. Vond ik. Maar aangezien die ruimte nogal klein was, was het niet meer dan logisch dat ik hutje-mutje lag met de puffende vrouw links en de vermoeide man rechts. Ik sloot mijn ogen en berustte.
De docente ging los met de aandacht. Die moest in de tenen, de kuiten, de knieën en zo verder. Ik bemerkte een lichte paniek ter hoogte van de heupen omdat we zo'n tien minuten aan elk gewricht besteedden. Ik begon me koortsachtig af te vragen of ook de haren, de wimpers en de wenkbrauwen mee zouden gaan in de aandacht, en deed mijn best om niet aan het rekenen te slaan. Nog een uur en twintig minuten op mijn rug liggen zou mijn onderrug geen goed doen, en mijn gevoel voor planning ook niet.
Ik draaide op mijn zij en keek recht in het slapende gezicht van mijn buurvrouw. Knock-out was ze. Nergens meer te bekennen. Ze snurkte.
Ik kon een licht fronsen dan ook niet onderdrukken toen ze aan het eind omstandig uitlegde wat ze allemaal ervaren had tijdens de oefeningen. In your dreams, dacht ik.
In de auto op weg naar huis voelde ik me rustig. Omdat ik eindelijk weer onderweg was en mijn aandacht aan het rijden mocht besteden inplaats van aan mijn hielen. Ik at een peer en voelde me schrikbarend leeghoofdig.
De volgende keer ga ik weer en leg mijn matje neer naast de vrouw die een planeet in haar rozijn zag.
 
«StartVorige1234567VolgendeEinde»