|
|
Man
|
|
Geschreven door Administrator
woensdag, 17 juni 2009 09:21
|
Toen ik de boendermaker belde om te vragen of hij op ons schoolfeest kon komen, omdat we mensen zochten die een oud ambacht uitoefenen, was er even een clash tussen het Westen en Drenthe. Omdat ik overenthousiast door de telefoon kweelde dat ik zo blij was dat hij kon komen, geweldig, de kinderen zouden het fantastisch vinden.. Van zoveel overdrevenheid, overigens oprecht gemeend, viel de boendermaker stil. Daarna herpakte hij zich en zei met een zwaar Drents accent: 'Dat zu'me zien dan.' En daarmee was de zaak beklonken. De boendermaker kwam. Op de dag van het feest reed hij klokslag vijf uur het schoolplein op met zijn autootje. Hij had een krom, doch sterk uitziend lijf en een tanige oude kop met een vriendelijke glimlach. Onverstoorbaar begon hij zijn spullen uit te laden- een takkenbos, houtjes, touw. Ik hielp hem met tillen, zette een tafel voor hem neer en vroeg of hij koffie wilde. 'Neuj maitie,' dat hoefde niet, hij had al gehad. Aan de slag ging hij. De oude man en zijn 'boenders', oftewel een soort heksenbezempjes, waren een doorslaand succes en ik had niet anders verwacht, omdat ik hem op dorpsfeesten al bezig had gezien. De kinderen stonden rijendik opgesteld om hun eigen boendertje met hem te maken. En hij, de boendermaker met de dooraderde handen en de lijnen in zijn gezicht, 88 jaar oud hoorde ik later, stond twee uur lang achter zijn tafel om al die kinderen van hun bezempje te voorzien. Hij liet zich slechts eenmaal een broodje en koffie aan praten. Werken deden zijn handen, achter elkaar vlogen de bezempjes over de tafel. Aan het eind van het feest zag ik dat hij zijn auto achter het hek van de school parkeerde, omdat hij niet door de mensenmassa op het plein heen kon. En hup, daar gingen de stramme benen over het hek- ik keek blijkbaar verbaasd, want hij glimlachte breed naar me en zei: 'Dat kan ik nog wel, hoor.' Ik hielp hem zijn spullen over het hek te tillen, gaf hem een bos bloemen en kadobonnen en bedankte hem. Waarop hij me aankeek met zijn ijsblauwe ogen, en zei: 'Ik heb het geweldig gevonden, werkelijk heel fijn. Fantastisch.' En ik bloosde, want daar hoorde ik mijn eigen woorden terug, maar hij meende het oprecht. Dat zag ik aan zijn verbazingwekkend jonge blauwe ogen. De boendermaker. Dat hij nog maar lang zijn ambacht uit mag oefenen.
|
|
|
Man
|
|
Geschreven door Administrator
zondag, 14 oktober 2007 19:14
|
Vier oudere mannen, in het zwart gekleed, op een podium.
Bedaagde koppen, getekend door alcohol en drugs.
Tussen de nummers door maken ze cynische grapjes, over echtscheidingen, ouder worden en ex-vrouwen.
Maar ze maken voornamelijk retestrakke muziek en lijken veel lol te hebben.
Ik ben deel van een zittend publiek dat slechts af en toe met het hoofd beweegt op de maat.
Op de voorste rij zitten zes fanatieke Engelse fans, met wie de band intimi-grapjes maakt en die duidelijk elk concert van de band bezoeken.
In de pauze bespreken ze ter evaluatie elke noot met elkaar.
Ik sta ernaast, heimelijk te luisteren en te glimlachen om zoveel toewijding.
Dat is kort samengevat het concert van The Stranglers zoals ik het beleefde in het theater alhier.
En dan krijg ik van de week de nieuwe OOR in de bus, die pagina's vol wijdt aan de punktijd van weleer.
Hotelkamers en gitaren vernielen, Hells Angels op het podium, heftig drugs- en drankgebruik, vechtpartijen- zo kwamen The Stranglers hun tijd wel door. Naast muziek maken dan.
Ik lees hoe het komt dat ze van die ouwe, vermoeide koppen hebben, eigenlijk.
Even zie ik weer voor me hoe ze elk een bosje van de tuttigste bloemen ooit aangereikt kregen van de theaterdirecteur, na afloop van het concert.
Verbijsterd en met een vies gezicht pakten ze het aan. Wat moesten ze daar nou mee?
Even keken ze naar elkaar en daarna gingen de bossen met een grote zwaai het publiek in.
Want je kan dan wel ouder, rustiger en vier keer gescheiden zijn: een zichzelf respecterende punkband gaat na een gig niet met een bosje chrysanten naar huis.
|
|
|
|
|