|
|
Vrouw
|
|
Geschreven door Administrator
zondag, 31 augustus 2008 13:48
|
Als er een jonge man opendoet bij de laatste thuiszorgklant die ik bezoek, schiet er door me heen: 'dit zal haar zoon wel zijn.'
Maar als ik op de kamer kom van de vrouw des huizes en een spijkerbroek, een hip truitje en een sjaal zie klaarliggen, vermoed ik dat ik een leeftijdsgenote ga verzorgen.
Dat blijkt te kloppen.
Uit het toilet komt een broze jonge vrouw. Ze heeft een kaal hoofd en een erg bruine huid. We stellen ons aan elkaar voor en al snel begrijp ik dat ik haar moet helpen met douchen en aankleden, omdat ze wankel ter been is door de chemo's. Die chemo's, lees ik in de zorgmap, stellen het onvermijdelijke nog even uit, maar zullen haar op langere termijn niet meer helpen. En de bruine kleur komt niet van de zon, maar van uitzaaiingen in de lever.
Terwijl ik haar douche, vertelt ze me over haar oudste kind dat net jarig is geweest en het huis dat te koop staat. 'Ik zal wel niet meer meemaken dat het verkocht wordt met deze huizenmarkt,' voegt ze daar droog aan toe. Ik merk dat het kippevel me op de armen staat.
Als ze is aangekleed, reikt ze me het kleurige sjaaltje aan dat ik op tafel had zien liggen. 'Het is een rotding, maar hij moet op de één of andere manier om mijn hoofd', zegt ze. Ik begin aan wat een kansloze missie lijkt te zijn- het ding glijdt elke keer van haar hoofd af. Mijn handen gaan er een beetje van trillen, zo graag wil ik dat het lukt.
'Laat anders maar af, hoor,' zegt ze gelaten na de derde poging. 'Nee, ik geef het nog niet op!' zeg ik en daar moet ze om lachen. Gelukkig vind ik een manier om het sjaaltje mooi om te knopen en is ze er tevreden mee.
Als we klaar zijn, staan er drie vrolijke mensen voor het raam te zwaaien. 'Dat is mooi getimed, daar is m'n bezoek,' zegt de vrouw en haar gezicht straalt. Ik neem afscheid en sta even later buiten.
Als ik de sleutel in het contact van de auto wil steken, merk ik dat mijn handen nog trillen. Blijkbaar ben ik meer onder de indruk dan ik toe mag geven van mezelf.
Wanneer bij de eerste rotonde de tranen gaan prikken, laat ik ze gaan en ben ik -gek genoeg- blij. Dertien jaar werken in de verpleging heeft me blijkbaar nog lang niet afgestompt.
|
|
|
Vrouw
|
|
Geschreven door Administrator
woensdag, 23 juli 2008 16:22
|
'Wat een rust,' verzuchtte ze terwijl ze in de kist keek, 'wat een heerlijke rust.'
Ze had een kind op haar arm en haar oudste rende door de grote zaal van het crematorium. Ik voelde me wankel, alsof ik een stoel moest vastgrijpen.
Omdat de stoel niet voor handen was verplaatste ik mijn gewicht naar mijn andere been en probeerde niet te laten merken hoe verbijsterd ik was.
Ik keek omlaag en probeerde te zien wat zij zag.
Ik zag een versteend gezicht met een gelige kleur, ik zag haren waar het plaksel van het hersenfilmpje nog in zat, ik zag lange wimpers die nog lang niet voor eeuwig op zijn wangen hadden moeten rusten.
De rust zag ik niet. Misschien omdat ik zelf te onrustig was van binnen.
Ik keek naar haar- jong nog, maar met een grauw gelaat en zwarte wallen onder haar ogen. Ik wist dat ze een moeilijke man had en in korte tijd had ze twee kindjes gekregen. Ook wist ik dat ze model was geweest en een tattoo van een enorme zwarte slang op haar rug had. Kort gezegd was haar leven van cool naar gekweld verschoven. Maar dat was mijn zaak niet. Mijn zaak was die dode man daar in die kist, in wie zij de rust zag waar ze naar verlangde.
Sterf dan, dacht ik terwijl ik naar haar keek en mijn woede voelde groeien.
Ik keerde me van haar af en liep door de zaal vol verdrietige mensen, op zoek naar een anker, een houvast.
In de nachten dat ik moest voeden, moest troosten, ruzie maakte met de jonge vader vanwege de drukte en de stress en van voren niet wist dat ik van achteren leefde, schoten haar woorden me weleens te binnen.
Terwijl ik het zoveelste flesje maakte zweefde haar vermoeide gezicht voor mijn geestesoog.
En ineens zag ik ook hem, de wimpers voorgoed in ruste. Aan het lijfelijke en alle vermoeienissen daaraan verbonden ontsnapt.
Niets zou hem nog storen in zijn eeuwige slaap.
En ik snapte haar, met terugwerkende kracht. Begrip overspoelde me in al mijn oververmoeide ledematen.
Schuddend met het flesje liep ik langzaam terug naar de slaapkamer, op zoek naar mijn houvast, mijn anker.
Het lag te slapen en leek geen honger meer te hebben. Ik nestelde me naast hem en blies zachtjes in zijn donshaartjes.
|
|
Vrouw
|
|
Geschreven door Administrator
dinsdag, 10 juni 2008 19:29
|
Ik ben dus zo'n vrouw.
Zo'n vrouw die in het dagelijks leven best aardig functioneert, maar niet weet wat buitenspel is.
En die eigenlijk het hele spelletje niet zo goed snapt, maar toch graag kijkt. Naar twee-en-twintig mannen en hun gevecht om de bal.
Het zal het oranje tenue wel zijn waardoor ik gebiologeerd naar het TV-scherm kijk.
In 1988 ben ik namelijk als beïnvloedbare puber ongeneeslijk geïnfecteerd geraakt door het oranje-virus, toen 'wij' het EK wonnen. Ik zie ze nog voor me, de mannen van toen die met de gewonnen beker op een bankje zaten en keihard met hun voeten stampten van blijdschap, zodat hun trillende dijen- van onderaf gefilmd- voor altijd op mijn netvlies zijn blijven staan.
Een verwarrend beeld voor een pubermeisje, maar het belette me niet om ongebreideld trots te zijn. Op die voetballers, en op Nederland. Want van gekkigheid haalde ik meteen het hele land er maar bij- en dat deden er meer. Vaderlandsliefde was nog een onbezoedeld iets.
De dijen van van Basten, in combinatie met oranjetrots, maakten mij een voetbalfan- en dat allemaal zonder ook maar iets van voetbal te weten.
Nog steeds word ik niet in het minst gehinderd door enige kennis van het spel, maar dat belet me niet om elk woord dat voetbalgoeroe Jack van Gelder zegt, in te drinken, ademloos te kijken naar beelden van 'de boom waarachter Robben waarschijnlijk geblesseerd is geraakt' en keihard te gillen als er een derde punt wordt gescoord tegen Italië.
Ik mag dan wel zo'n vrouw zijn, zo'n vrouw die niet weet wat buitenspel is, maar ik weet alles van goeie dijen. In combinatie met oranjekoorts maakt mij dat een weergaloze EK-supporter.
*Afgekeurd door de krantenredactie omdat er al dagelijks door een vrouw over het EK wordt bericht..
|
|
|
Vrouw
|
|
Geschreven door Administrator
dinsdag, 17 juni 2008 09:02
|
Het is een beetje dubbel, voor een freelancend, overal en nergens werkend type als ik.
Aan één kant kijk ik enorm uit naar de dagen waarop we er niet om zeven uur uit hoeven en zelf het ritme kunnen bepalen. Aan de andere kant vraag ik me af wanneer ik in vredesnaam moet werken met mijn zoon alle dagen thuis. Zes weken lang.
Inderdaad, ik heb het over de zomervakantie. Het is natuurlijk voor het eerst dat ik die via de school van Merlijn beleef. Toen Merlijn nog naar de peuterspeelzaal ging hadden we vaste werkschema's en een vaste oppas, namelijk opa en oma. Nu is de school een beetje de oppas en werk ik binnen die tijden, en op maandagmiddag is hij bij andere opa en oma, bij wie we inmiddels in de buurt wonen. Zo sprokkel ik een leuke werkweek bijelkaar.
Natuurlijk springen de maandagmiddag-opa-en-oma vaak bij en zullen ze dat ook deze zomer doen, maar toch wil ik ze zo min mogelijk belasten; zij hebben een eigen bedrijf dat het toppunt van drukte beleeft deze maanden.
En dus zal ik veel 's avonds en in het weekend werken, en creatief omspringen met mijn tijd. En ach, dat doet mijn bloed ook weer sneller stromen- ik vaar niet wel bij vaste patronen. Ze zeggen weleens: je kiest het leven dat bij je past.
Ik geloof dat freewheelen, zelf mijn tijd indelen en geen baas boven me hebben heel erg bij mij past; ik zou niet anders meer willen.
Hier staat overigens de één-na-laatste Opzij-column- een oudje, maar nog prima bruikbaar :)
|
|
Vrouw
|
|
Geschreven door Administrator
woensdag, 14 mei 2008 23:04
|
Oh nee, ik doe het weer.
Daar sta ik dan, in een hip reclamebureau in Groningen, waar ik net wat van mijn werk heb laten zien aan een nog hippere reclameman. Zo'n man met een knisperend wit overhemd, een vierkante dure bril op en een gebruinde huid waar je u tegen zegt.
Ik sta uiterst onhip te wezen.
Ik heb namelijk zojuist de theekopjes, waar we uit gedronken hebben, van tafel gepakt en gevraagd waar de keuken is.
Heb ik me net van mijn flitsendste kant laten zien, mijn werk op volle kracht aangeprezen, niet één keer nerveus gekucht, en gebluft dat ik best corporate teksten voor een energiebedrijf kan schrijven- ga ik als de eerste de beste muts gewoon de theekopjes opruimen.
Aan de verbijsterde blik van de reclameman te zien zak ik ineens een paar treetjes van de ladder waar hij me net op geplaatst had.
Doe je zo je best die jonge veelbelovende schrijvert te zijn, komt dat stukje verpleegkundige dat je nog in je hebt de boel even verpesten.
Dat zorgende, dat dienstbare- zou ik daar ooit nog vanaf komen?
|
|
|
|
|
|