|
|
Emo
|
|
Geschreven door Administrator
maandag, 26 oktober 2009 10:22
|
In het schemerdonker kom ik aan bij het huis van de vrouw die ik de hele dag ga verzorgen. Ze heeft een uitbehandelde vorm van kanker, en heeft 'een lastige man', heb ik me laten vertellen. Wat ik me daarbij voor moet stellen weet ik niet. Ik heb besloten de dag te nemen zoals die komt, en er te zijn voor de vrouw.
Ze ligt in een bed in de huiskamer en slaapt nog als ik binnenkom. De nachtverpleegkundige legt me fluisterend uit wat de situatie is en laat me zien waar ik spullen en medicijnen kan vinden. Als ze vertrekt ga ik aan de eettafel zitten. Het is afwachten tot mevrouw wakker wordt.
Terwijl ik koffie drink en probeer mijn ogen open te houden, hoor ik plotseling gescharrel. Achter me staat de man des huizes, gekleed in een keurig pak en met een droevige oogopslag. 'Negeer hem maar, hij zegt vaak niets tegen ons', zei de nachtverpleegkundige nog tegen me. Maar ik houd niet van negeren en ben bovendien te gast in zijn huis.
'Goedemorgen,' zeg ik en sta op. Ik geef de man een hand, die hij aanpakt. 'Ik ben Esther. Wilt u koffie? Ik heb net gezet.'
De man knikt en loopt dan naar zijn vrouw. 'Goedemorgen lieverd, het is al half negen..'
'Het is half acht,' zeg ik zachtjes. 'Het is wintertijd...' De man schrikt. 'Oh lieverd toch, maak ik je zo vroeg wakkker, ga maar weer slapen..' De vrouw sluit haar ogen en valt onmiddellijk weer in slaap.
Ik schenk koffie in en zet melk en suiker op tafel. De man komt erbij zitten. Het schijnt dat hij psychiatrisch niet in orde is, maar ik bemerk geen gevaar. Hij heeft een droevige oogopslag die me gezien de omstandigheden volkomen terecht lijkt. 'U bent vriendelijk,' zegt hij dan plompverloren. 'Dat zie ik wel. Sommigen die hier komen zijn dat niet.'
'Dat lijkt me vervelend,' zeg ik voorzichtig. 'Maar het kan niet met iedereen klikken, denk ik.' De man schudt zijn hoofd. 'Nee, dat kan ook niet..'
We praten. Hij vertelt veel. Over zijn leven, zijn vrouw, de kunstobjecten die zij allebei maken, de zoon die ze verloren hebben. Er vloeien tranen, hij laat me zijn kunst zien en de schilderijen van zijn vrouw. Ik verbaas me diep van binnen over het 'lastig-stempel' dat hij heeft bij de zorgverleners. Ik zie geen lastige man. Wel een getroebleerde, verdrietige man met een creatieve geest.
We horen hoesten. De vrouw wordt wakker. Ik loop naar haar bed en stel me aan haar voor. Door de verhalen van haar man heb ik een klein beetje het idee dat ik haar ken. Dat geeft een warm gevoel.
Ik was haar, smeer haar in, doe haar een schone pyjama aan en geef haar medicijnen. Daarna maak ik fruit voor haar klaar en geef haar iets te drinken. Dan dommelt ze weer in.
Alsof haar man het voelt wanneer ik klaar ben met de zorg voor zijn vrouw, komt hij gedurende de dag steeds na mijn werkzaamheden bij me zitten. Ik vind het fijn dat hij zich zo op zijn gemak voelt, maar blijf me erover verwonderen dat dat vaak niet het geval is- het is godbetert zijn eigen huis..
Aan het begin van de middag verontschuldigt hij zich en trekt zich terug in zijn atelier. 'Ik krijg steeds meer zin om te werken..' Het geeft mij de gelegenheid bij mevrouw te zitten. Ze wijst me de verschillende objecten in huis aan en legt me uit wat ze allemaal gemaakt heeft. Daarna praten we over haar ziekte. 'Het was een klap...' zegt ze. 'Ik wilde er eerst niet aan.. Ik LEEFDE zo graag! Ondanks alles leef ik zo graag..' Er loopt een traan over haar wang en ik slik een dikke prop weg. Ik besef hoe bijzonder het is dat ik hier zit en dat ik een dag deel uitmaak van iemand's laatste levensfase.
Als ik afgelost word neem ik afscheid van het echtpaar. 'Wanneer kom je weer?' vraagt de vrouw. Ik antwoord dat ik geen idee heb, als invaller kom je overal en nergens. Maar stiekem hoop ik dat ik ze nog een keer terugzie..
Thuis duik ik de tuin in en hark samen met mijn zoon de blaadjes bijelkaar. Tussendoor druk ik mijn kind met hark en al tegen me aan. 'Wat DOE je mama,' zegt deze dan ook verontwaardigd. Hij was net zo lekker bezig. 'Ach, mama wou je even knuffelen,' zeg ik, en wrijf snel over mijn ogen.
Omdat liefde alles is, en het leven zo kort, en ik dat vandaag extra voel, wil ik eigenlijk zeggen, maar dat doe ik niet.
|
|
|
Emo
|
|
Geschreven door Administrator
zondag, 07 juni 2009 13:35
|
Vriendin K. en ik gingen samen eten en hadden het over vriendin B., die vorig jaar overleed.
'Er zit een rijschool bij mij in de buurt met haar achternaam,' zei ik en prikte in mijn rode mul. 'Daardoor denk ik zeker drie keer per dag aan haar en altijd hoor ik haar lachen als ik dat doe.'
'Laatst zat ik met O. over haar te praten en toen kwam haar liedje voorbij,' antwoordde K. en schoof een paar blaadjes sla over haar bord. 'Toen zeiden we hee, B., ben je op bezoek?'
We vallen even stil en denken aan B., aan haar stralende persoonlijkheid, haar vrolijkheid, haar grapjes. Haar prachtige bruine ogen, op het laatst bijna blind en droevig.
Het is nog steeds onvoorstelbaar dat ze er niet meer is.
Maar zoals ze zelf wilde, zien en horen wij haar in de dingen die voorbij komen. 'Zoek mij niet op mijn rustplaats, maar in de mooie dingen van het leven.'
En zo maakt haar naam dus zelfs de auto van een rijschool ontroerend, en is haar liedje nu ook voor altijd ons liedje.
|
|
|
Emo
|
|
Geschreven door Administrator
zondag, 18 januari 2009 14:54
|
Ja zeggen terwijl je nee bedoelt, een ziekte is het. Een ziekte waar je al heel lang vanaf probeert te komen.
Omdat je weet dat dat onvermogen om nee zeggen één van de grootste probleemveroorzakers in je leven is. Het heeft je foute liefdes, bloedzuigers vermomd als vrienden, verkeerde baantjes en een heleboel zenuwlijderitis bezorgd. Daar kwam je nog moeilijk vanaf ook, van die ellende.
Altijd wilde je maar aardig gevonden worden, terwijl je in de ogen van velen zag dat je nooit zou voldoen. Omdat je je niet sociaal-wenselijk gedroeg. Omdat mensen eenvoudigweg niet weten wat ze met iemand aan moeten die niet binnen de hun gestelde kaders past.
Je strafte jezelf omdat het niet lukte je op je gemak te voelen. Je leerde jezelf aan hoe je een masker opzet, een ander kunt worden als dat nodig is. Je zag hoe men die ander ging waarderen. Thuis huilde je omdat je veel liever jezelf liet zien, maar niet meer durfde.
Uiteindelijk kwam het breekpunt. Je had een jaar waarin je de meest uiteenlopende fysieke klachten ervaarde. Je dacht soms dat je stikte. Je dacht dat je doodging. Je dacht dat je dat wilde. Er was geen licht meer. Je voelde de wanden van de tunnel niet eens. Je was verloren in een plaats waar je geen tijd en vorm meer kon herkennen.
Toen sijpelde toch dat besef binnen. Dat je iemand bent. Een waardevol iemand. Ver weggestopt, maar toch. Langzaam haalde je jezelf weer binnen. Je zocht hulp en kreeg die. Je werd boos, dat was goed. Boos op alles en iedereen, ook op mensen en dingen die het niet verdienden.
Daarna werd je verdrietig. Je huilde je ogen uit je hoofd en niet eens stiekem. De mensen die van je houden mochten het zien. Een geweldige overwinning- je kwetsbaar opstellen heb je nooit gedurfd.
Je kracht kwam terug. Dwars door alles heen. Je werd steeds sterker, durfde je lengte te voelen en je stem te gebruiken. Durfde je cynische humor te tonen en je bulderende lach weer te laten rollen. Je keek beter naar mensen en dingen om je heen. Wie verdient jou? Dat werd de hamvraag, daar gaat het om. Wie jou verdient krijgt jou ongecensureerd. Wie niet, die mag passeren.
Grenzen stellen, dat kun je nu ook. Je benoemt ze als iemand eroverheen loopt. Duwt diegene terug, weg, uit je leven. Nooit meer grenzeloos zijn, dat voelt goed. Nooit meer iemand in je leven accepteren omdat die je aardig lijkt te vinden. Het is niet meer van belang.
Je snapt nu wat de cliché-matige uitspraak 'in je kracht staan' behelst. Eindelijk ben je jezelf. Het straalt uit al je poriën en maakt je het middelpunt van je eigen heelal. En dat is precies waar je moet zijn.
|
|
|
|