Ik blog, dus ik besta!
header image1header image2header image3header image4

Blog


Overgang
Autobiografisch
Geschreven door Esther Donkers   woensdag, 23 januari 2013 13:45
Het sluipt in je leven als een dief in de nacht. Ineens kun je 's nachts de slaap niet vatten, word je overal woedend over, heb je zomaar uit het niets een paar keer per week een verhitte kop en wil je 'los' van alles en iedereen. Ik heb mezelf al dingen horen zeggen als 'ik wil alleen op vakantie' 'ik wil weer mezelf worden' 'ik ben een lelijke dikke oude grijze vrouw geworden' en als ik een baby zie wil ik huilen. Midlifecrisis, dacht ik.
Maar bij vrouwen blijkt dat 'de overgang' te heten.
Nu ben ik vorig jaar zwanger geweest, en zijn mijn menstruaties nog niet gestopt. Maar ze duren wel minder lang. In mijn geval is dat een zegen- het duurt nu nog maar een dag of vijf in plaats van tien dagen. In de overgang zal ik dus niet helemaal zijn, maar in een soort pre-stadium ben ik wel beland, dat weet ik zeker.
Ik weet niet zo goed wat ik daarvan vind. Ik ben veertig en dus nog relatief jong. Maar mijn moeder en oma zijn ook jong in de overgang gekomen, en ergens heb ik altijd het gevoel gehad dat mij hetzelfde zou gebeuren. Heel naief dacht ik dat ik het op een dag ineens zou merken, maar het is sluipend gegaan. Klachtje hier, klachtje daar, en zo kom je tot de slotsom dat het aan het gebeuren is. Nu. Op dit moment.
Alhoewel ik me bij tijden behoorlijk neerslachtig voel, en veel in oude fotoboeken zit te bladeren om te kijken waar ik mijn jeugdigheid ben kwijtgeraakt, voelt het ook goed om ouder te worden. Ik verheug me enorm op menstruatieloze jaren. Na 27 jaar ben ik het zat, dat gehannes met bloed, tampons, maandverband, doorlekken, buikpijn, driftbuien en ander hormonaal gekut. Wat zal het heerlijk zijn als dat voorbij is, al schijn je daar dan weer botontkalking, hart- en vaatproblemen en opnames in psychiatrische ziekenhuizen voor terug te kunnen krijgen. Want het is niet niks, zo'n overgang. Je lijf verandert, jij verandert, en je omgeving moet mee veranderen. En als je dat met z'n allen overleefd hebt ben je dus 'overgegaan.' Geen idee waarnaartoe, want dat wordt er niet bij verteld. Hopelijk niet naar grazige weiden, of naar de zweverige plaatsen waar je volgens sommige lectuur over de overgang ineens een 'oude, wijze vrouw' bent geworden. Ik wil best oud worden, maar nu nog niet. En ik ben een heel stuk wijzer dan twintig jaar geleden, maar nog lang niet wijs genoeg. Dus laat mij nog maar even waar ik ben. Een 40-jarige die worstelt met de eerste symptomen van de overgang. Een 40-jarige die ineens alleen naar Rome wil en gelnagels neemt. Nee, zeg maar even niks. Anders word ik daar weer kwaad over.
Overigens schreef Ingeborg Beugel een spijker-op-de-kop artikel over de overgang, hier.
 
Feta
Autobiografisch
Geschreven door Esther Donkers   donderdag, 28 juli 2011 11:07
En dan zit je dus te lunchen met twee redactrices van je uitgever. Die je het publiciteitsplan voor je boek laten zien. Waarna je steil achterover slaat en jezelf middenin de Bakkerswinkel op moet rapen. Want het zijn niet de minste media die belangstelling tonen voor je boek. Vervolgens krijg je geen hap meer door je keel, ook dat lekkere broodje met feta en aubergine niet. Het soepje laat je koud worden wegens acute slikproblemen. Je bedenkt wat je zou willen zeggen over je boek, maar in je hoofd lijkt ook feta te zitten.
Op de weg naar huis tuimelen je gedachten als dolgeworden dolfijnen over elkaar heen. Je belt een vriendin, en nog eentje. 's Middags had je je andere twee vriendinnen al sufgeluld tijdens een drankje. Langzaam ga je het voor je zien. Thuis vertel je het allemaal nog een keer. En na twee dagen buzzende stilte in je hoofd schrijf je eens een stukje op je weblog. In de je-vorm. Want het is nog steeds niet allemaal bezonken. Dat je boek op 20 oktober uitkomt. Dat je daar waarschijnlijk her en der belangstelling voor zult ondervinden. Dat je daarom je verhaal klaar moet hebben. En dat er 26 oktober een boekpresentatie is in Spui25. Met al je geliefden en vrienden erbij. Reden genoeg voor uitzinnige vreugde. En uitzinnige zenuwen.
 
Blogleven
Autobiografisch
Geschreven door Esther Donkers   maandag, 23 mei 2011 07:39
In februari 2005 zat ik een beetje rond te klikken op ons bakbeest van een computer terwijl mijn zoon van dik één jaar oud lag te slapen. Geen idee waarom ik ineens op blogspot.com zat, en nog minder een idee waarom ik ineens een weblog aanmaakte. Ik had er wel eens over gelezen en rondgevraagd of mensen weblogs lazen, maar niemand leek er in geïnteresseerd te zijn. Blijkbaar was mijn onderbewuste dat wel. Ik verzon een belachelijke naam voor mijn weblog, www.webbles.blogspot.com en tikte mijn eerste stukje. Ik heb een bloedhekel aan het woord 'stukje', maar in dit geval is het zeer gepast: niet meer dan een paar regels. En ik was oprecht verbijsterd.
Met het online zetten van mijn eerste blogje kwam meteen de plankenkoorts. Hoeveel mensen zouden dit lezen, behalve mijn eigen man? Moest ik anoniem blijven? Hoe vaak moest ik schrijven? Wat was eigenlijk de bedoeling van dat hele bloggen? Door andere weblogs te gaan lezen kwam ik daar gaandeweg achter. Het eerste weblog dat ik dagelijks ging lezen was dat van Merel Roze. Ik vond het bewonderenswaardig dat ze zo vaak schreef en was onder de indruk van het aantal reacties dat ze kreeg. Ik durfde zelf nauwelijks te reageren, als beginner, maar na een tijdje begon het besef te dagen dat als ik gelezen wilde worden, ik 'sporen' oftewel reacties op andere weblogs achter moest laten. Hoe moest de wereld anders weten dat ook ik aan het bloggen was geslagen?
Want dat wist de wereld niet. Na een statcounter op webbles te hebben geïnstalleerd zag ik dat het bezoekersaantal op hoogtijdagen zo rond de tien bezoekers lag. Was het een keer vijftien, dan was ik door het dolle heen. Vijftien lezers! Als ik daar familie, vrienden en mezelf van af trok bleef er echter niet veel over. Tijd voor actie!
Ik werd 'reaguurder' en liet op diverse weblogs reacties achter. Heel eng vond ik dat, maar ook leuk, zeker als de desbetreffende blogger erop reageerde. Zelf kreeg ik ook reacties. De eerste was van @ellenrteb en het was een mooi moment in mijn blogleven. Iemand had de moeite genomen iets van me te lezen, en er daarna ook nog op te reageren! Het gaf me een enorme boost.
Elke dag bloggen ging me goed af. Als mijn kind sliep tikte ik een stukje, als ik werkte deed ik dat 's avonds. En dan maar op die statcounter gluren, want oh, wat wilde ik graag gelezen worden. Ik was immers geen dagboek met een slotje begonnen, maar een openbaar dagboek. Tot mijn grote vreugde kwamen er elke dag meer bezoekers bij. Ik hield ze op de hoogte van de ins en outs van mijn leven, mijn werk, mijn kind. Tot de eerste scheuren in mijn online leven verschenen.
Op het 'babyblog' dat ik van mijn zoon bijhield, kwamen pedofiel getinte reacties, waarna ik het sloot. Ik besefte voor het eerst, en dat is waarschijnlijk heel naïef, dat echt iedereen alles kon lezen wat ik plaatste, en niet alleen de mensen die ik leuk vond. Toen vriendinnen daarna tegen mij zeiden dat sommige blogjes wel erg persoonlijk waren, en ik veel van mezelf liet zien, werd ik voorzichtiger. De rem ging erop. Inmiddels las ook de hele familie mee en ging ik in mijn achterhoofd rekening houden met mijn opa, en mijn collega's. De anonimiteit was eraf, en dat voelde toch anders.
Wat zeker de frequentie van mijn blogjes deed afnemen was het feit dat ik steeds meer schrijfwerk kreeg, en er uiteindelijk zelfs mijn werk van kon maken. Na een hele dag typen en achter de computer zitten kon ik geen energie meer opbrengen voor het schrijven van een blogje. Niet dagelijks, in elk geval. En toen Twitter zijn intrede deed en ik daar behoorlijk in opging, na er in eerste instantie niets van te snappen en mijn account te hebben verwijderd, verwaarloosde ik mijn weblog helemaal. Ik plaatste elke week mijn krantencolumn en dat was het. Dacht ik.
Hier lees je hoe het komt dat we nu toch met bijna ZEVENTIG bloggers aan het bloggen zijn deze week. Voor de blogroll: zie hier

 

 
Groep 4!
Autobiografisch
Geschreven door Esther Donkers   dinsdag, 21 juni 2011 18:49
13062010272

Vandaag kregen we zijn rapport mee naar huis. Was dat een half jaar geleden nog zorgwekkend, nu is het om helemaal blij van te worden. Deze kerel heeft hard gewerkt en is goed begeleid op school. Hij gaat naar groep 4! 'Het zit allemaal in zijn hoofd, nu nog leren vertalen naar papier', gaf zijn juf mee. Dat gaat hem zeker lukken, wij hebben er alle vertrouwen in. We zagen hem van een ongelukkig jongetje veranderen in een zelfbewuste jongen, die lekker in zijn vel zit. Niets maakt een moeder gelukkiger dan dat.
 
Van balkonmens naar tuinmens
Autobiografisch
Geschreven door Esther Donkers   zaterdag, 02 april 2011 18:43

Enig idee hoe moeilijk dat is, van balkonmens transformeren tot tuinmens?
Zal ik eerst eens uitleggen wat een balkonmens is.
Een balkonmens is een stadsbewoner die ontzettend blij is met een kamer met een raam erin, als hij op zijn achttiende in de grote stad gaat studeren. Later, als hij iets meer geld gaat verdienen, komt er een appartementje met wel twee kamers, en, als hij geluk heeft, een balkon. Ter grootte van een postzegel.
Dat is precies genoeg ruimte om met de knieën tegen het muurtje te kunnen zitten en met de elleboog op een mini-tafeltje te leunen, waar dan wel weer een enorm glas rosé staat. De balkonmens waant zich daarmee grootgrondbezitter: hij heeft een buiten.
Dan komt het moment dat de balkonmens kinderen krijgt en het grote piekeren begint. Is de stad wel goed voor een kind om in op te groeien? Is het leuk om drie trappen af te moeten met een kinderwagen, luiertas en oh, het kind, niet te vergeten?
De beslissing valt: er gaat verhuisd worden. Naar dat huis met die tuin. Een voor- en achtertuin zelfs. De balkonmens grijpt naar zijn hoofd. Al die ruimte! Het wordt hem bijna teveel. Hij verlangt naar zijn overzichtelijke balkon, met het ene stoeltje en het grote glas rosé op tafel.
Gelukkig kent de balkonmens meestal wel tuinmensen. Van die mensen die planten bij naam kennen en ook nog precies weten hoe je ervoor kunt zorgen dat die planten niet doodgaan. De balkonmens lokt die tuinmensen naar zijn onontgonnen tuin en hangt een zielig verhaal op. Voor hij het weet is er een prachtige tuin in de maak en is het balkon vergeten. En als hij zichzelf zijn zoontje een krokus hoort aanwijzen, weet hij dat de transformatie een feit is.

 

Dit stukje heeft eerder in het Dagblad van het Noorden gestaan.

 
«StartVorige12345678910VolgendeEinde»