|
Liefde
|
|
Geschreven door Esther Donkers
zaterdag, 01 januari 2011 09:46
|
|

Halverwege de avond, ergens tussen de film en de spelletjesmarathon in, pakte de zevenjarige, die er erg hip uitzag met zijn nieuwe kapsel-met-lok en coole trui aan, alvast 2011-proof dus, een stuk papier, zijn schaar en een zilveren stift en ging aan het werk. Tong uit de mond, rode wangetjes, driftig geknip en 'niet kijken!', dat werk. Wij keken braaf naar de schele blik van Guido Weijers, daarna naar de typetjes van Erik van Muiswinkel, belandden per ongeluk even op vrienden van een biermerk maar zapten toen weer naar onze eigen zoon. 'Niet kijken zei ik toch!'
We keken uit het raam, waar buurjongens fluitend Chinese inspanningen de lucht in lieten vliegen en waar de mist goed genoeg was opgetrokken om te zien dat de resten ervan in onze tuin belandden. De carbidkanonnen waren stil, net als de rest van de straat.
'Nu mogen jullie kijken!' Met kuiltjes in zijn wangen van plezier overhandigde de zevenjarige ons zijn kado. Een zelfgeknipte en versierde kaart met daarop in zilveren letters: 'Van Merlijn papa mama pap mama hepi (happy) ik houviou livde.' Nooit straalde ik meer van trots, ik liep over van liefde, de liefde stroomde de trap af naar buiten en verlichtte de straat. Het is bijna niet uit te leggen hoe mooi het is om een zelfgeschreven kaart te krijgen van je eigen kind, een kind dat moeite heeft met taal en lezen.
Echtgenoot en ik jatten het idee en maakten een kaart voor hem, ons kind, het wezen waar we ons ook in 2011 het meest verbonden mee zullen voelen, omdat hij van ons is en van zichzelf, een perfecte combinatie daarvan zelfs. De kaarten hangen op de koelkast ter decoratie van onze liefde, niet ter herinnering. Hijzelf is de grootste herinnering aan liefde en alom aanwezig, altijd, overal.
|
|
Liefde
|
|
Geschreven door Administrator
zondag, 19 juli 2009 22:48
|
Soms, heel soms, spijt het me ontzettend dat Merlijn geen broertje of zusje heeft.
Zoals vanavond, toen hij vreselijk verdrietig was omdat zijn neefjes naar huis gingen, en hij in de auto zei: 'Ik wou dat ze bij ons woonden.'
Dan hoor ik met heel mijn hart hoe hij verlangt naar een speelkameraad van wie hij nooit afscheid hoeft te nemen. Iemand die bij hem hoort.
Gelukkig duurt dat maar een klein moment. En weet ik ook dat hoe we nu leven prima is- met z'n drietjes. Een keus die we gemaakt hebben en waar we achter staan, al zijn er altijd verlang-momenten.
Een kind wil je nu eenmaal alles geven, de wereld aan de voeten leggen- en soms is zo'n wens het leven zelf.
|
|
|
Liefde
|
|
Geschreven door Esther Donkers
donderdag, 09 september 2010 18:33
|
|
'Vorig jaar was ik daar gevallen, toch mama?'
Jazeker. Het was alsof de aarde je op wilde slokken, jongetje. De schelpen waar je op viel hadden van jouw bovenlip een hazelip gemaakt, de eilandarts moest de scherpe stukjes uit je tandvlees peuteren. Twee handen vol bloed van jouw gewonde gezicht staan nog steeds scherp op mijn netvlies. Maar nu kijken we naar de strakblauwe lucht, de wolken, en naar het streepje eiland dat voor ons opdoemt. Dit keer geen bloed, alleen maar zon, en plezier. Graag.
We staan verbaasd op het strand. Kijken naar elkaars badkleding, naar de zon, naar de zee die warm aanvoelt en over het zand rolt. Goddank heeft iemand van ons een optimistische gedachte gehad en zwemspullen in de rugzak gegooid, naast regenkleding en warme truien. Het lijkt wel vakantie. Verdomd, we hebben gewoon weer vakantie. 'Ik ga zwemmen,' zegt echtgenoot en ik zie zijn hoofd steeds kleiner worden in de golven. Net als ik denk dat hij de oversteek naar Terschelling gaat maken draait hij om. Voor me twee gierende jongetjes. De een van mij, de ander geleend wegens diepe campingvriendschap zoals alleen jongetjes van zes die kunnen sluiten. Geluk is tien tenen in het zand.
De vrouw die op een vriendelijke heks lijkt trekt een 'magische cirkel' om ons heen. Ze gaat zitten op het mos en vertelt een verhaal over draken en de aarde. De kinderen trekken met stokjes strepen in het zand. 'Ik moet poepen,' zegt een klein meisje opeens.
'Nee he, niet nu Jasmijn, ik heb niets bij me..' kreunt iemand naast me, die verdacht veel op een gekwelde moeder lijkt. Ik rommel in mijn tas en diep een brillendoekje op. 'Is dit wat?' Het blijkt genoeg om een paar kleinemeisjesbillen mee schoon te maken. Hans Anders. Alleen de prijs is anders.
De muziek komt in snippers. Een flard hier, een paar noten daar. Vaak is het prachtig, soms is het jongetje te moe. Jongetjes van zes kunnen best lang opblijven, maar er is altijd een grens. Soms blijf ik 's avonds bij de tent, soms de echtgenoot. Ik dans op mijn luchtbed mee met The Whitest Boy Alive, ik lig in een hangmat weg te dromen bij Caitlin Rose. We ontmoeten vrienden, en maken nieuwe. 's Ochtends komen hongerige kindjes een gebakken ei bij ons halen. Die zijn lekker, hebben ze gehoord. Geluk is drie vette smoeltjes aan een zelf gefabriceerde tafel voor de tent.
'Mag het nog?' De dame in de kleurige circustent is haar spullen al aan het inpakken. Ze twijfelt. Het jongetje houdt haar trots een zak voor. 'Heb ik zelf bijelkaar verzameld. Voor de winsjaaim!' Haar gezicht klaart op. 'Echt waar?' Ze pakt haar tassen weer uit. Kraaltjes, schelpjes, draadjes, flessedoppen, stukjes hout. 'Omdat jij het enige kind van het hele eiland bent dat zelf met spulletjes komt, ga ik weer open. Speciaal voor jou,' zegt ze ernstig. Samen maken ze uiterst geconcentreerd de mooiste wind chime ooit.
Zelden iets fraaiers gezien dan een wind chime met een leeg Energy Drink blikje eraan.
We brengen onze campingbuurvrouw naar Friesland, waar ze woont. Stomtoevallig rijden we door een dorpje waar ik menig vakantie heb doorgebracht. Ik wijs. In die kerk hoorde ik de eerste preek over hel en verdoemenis van mijn leven, terwijl mijn ouders en broertje E.T. keken in de bioscoop. In dat huis at ik Domo vla. Boe boe, bla bla. Ik zwaai naar vakanties van toen.
Thuis is geluk. In een zacht bed dat niet opgeblazen hoeft te worden.
|
|
Liefde
|
|
Geschreven door Administrator
maandag, 29 juni 2009 19:37
|
Ze zijn er altijd voor je, ook al zie je ze niet elke dag.
Soms spreek je elkaar een hele poos niet, maar vanaf het eerste contact pik je de draad weer op waar je 'm had laten liggen.
Ze kennen je door en door.
Ze veroordelen niet, of alleen als ze denken dat je gekwetst gaat worden.
Ze vragen door.
Ze geven je een knuffel als je er eentje nodig hebt. Ze geven je een schop onder je kont als je dreigt vast te lopen.
Ze overleven relaties, kinderen, huisdieren, andere vriendschappen, verhuizingen, problemen, ziektes.
Echte vrienden dus.
Naarmate ik ouder word, word ik selectiever en ga ik de mensen die al heel lang dicht bij me staan, steeds meer waarderen.
Op m'n twintigste nam ik vriendschappen voor lief, het was normaal en iedereen mocht mijn vriend worden. Nu kijk ik naar wie er om me heen zijn en koester ik, ben ik zuinig op de mensen die in mijn hart leven.
En altijd als ik m'n oudstgediende vriendinnen zie, zoals afgelopen weekend, valt het hele ik-ben-volwassen-en-moeder-gebeuren van me af.
Dan mag ik ook weer even een meisje zijn.
|
|