|
Kind
|
|
Geschreven door Administrator
woensdag, 21 april 2010 20:08
|
'Mama, ik kan niet zo goed lopen..'
Ik kijk achterom en zie een zesjarige die met stijve benen achter me aan komt. Hij loopt alsof hij een gevangene is met een stok in zijn broek.
'Wat is er dan, heb je pijn?'
'Nee, het komt door dit..' Hij wijst op de zakken op zijn knieën, die nogal bol staan. Even later weet ik wat erin zit- schelpen, gruis, takjes en steentjes.
Het zit niet alleen in de kniezakken, maar ook de broek- en jaszakken puilen aan alle kanten uit. Mijn zoon heeft het halve wandelpad op zijn schoolplein uitgeschept.
Nadat ik jas en broek heb uitgeschud staan we naast een flinke hoop kapotte schelpjes. De zesjarige en ik ogen ietwat stoffig.
'Maar mama,' bibberlipt mijn verzamelzoon, 'dit wou ik thuis in mijn schelpenpot stoppen.'
'Het zijn allemaal kapotte schelpjes, schat. Geen hele.'
'Maar ik vond ze zo mooi..' Zijn pupillen worden groot van blijdschap. 'Het is net als op het strand mama, en het zijn er zoveel.. en ook nog takjes en steentjes..' Ik weet het. Het belevingspad op school is uitgelegd in allerlei materialen. Voor mijn zesjarige een oase van mooie spulletjes. Hij is duidelijk al van kleins af aan de derde generatie verzamelaar in de familie. Ik, een weggooier van de eerste orde, heb er niets mee. Maar ik zie de hartstocht in zijn ogen voor deze hoop gruis, die voor hem van een grote schoonheid is.
'Weet je wat? We halen de schelpjes die nog een beetje op schelpjes lijken eruit. Die mag je in je pot doen. De rest laten we hier.'
Hij knikt. We halen een paar bijna hele schelpjes uit de berg. Hoopvol houdt zoon een paar keer stukjes omhoog. 'Deze ook?' 'Nee, die niet.'
Tevreden met de buit, slechts een halve jaszak vol, lopen we verder. Heel even kijkt hij om naar de restjes die we achterlaten. Dan laat hij zijn handje in de mijne glijden.
|
|
Kind
|
|
Geschreven door Administrator
dinsdag, 23 maart 2010 19:46
|
Soms heb je zo'n dag. Dat alles bijelkaar komt. Dat je van de losse eindjes een geheel kan maken.
Ik had niet verwacht dat dat vandaag zou gebeuren, in een slecht verlicht zaaltje in het UMC in Groningen. Stiekem dacht ik dat ik genoeg wist over eczeem en allergieën, en dat ik waarschijnlijk niets nieuws zou horen tijdens de voorlichting erover. Maar ik had het mis, en gelukkig maar.
Tijdens alles wat er gezegd werd over het onderwerp zag ik chronologisch voor me hoe het onze zoon vanaf zijn geboorte was vergaan. Met twee weken oud een nierbekkenontsteking, met acht weken oud mega-eczeem over zijn hele lijfje, gevolgd door een koemelkallergie met daarbij afschuwelijke krampen en bloed bij de ontlasting, tot we eindelijk de goede allergene voeding te pakken hadden.
Een schellen-van-de-ogen-moment kreeg ik toen er over groei werd gesproken. Het steeds onderaan de groeicurve zitten van Merlijn, waar ik me jaren continu zenuwachtig over maakte en waar op consultatiebureau's wel op gewezen werd maar niets mee gedaan, blijkt bij kindjes met eczeem en allergieën te horen.
Daar heb ik me dus al die tijd voor niets over op zitten vreten. Wel kreeg ik indertijd geweldige adviezen op die achterlijke bureau's, zoals: 'geef hem elke dag een beker volle melk, dan wordt hij wat dikker.'
Ik leerde al snel dat er op die plek voor mij niets te halen viel, zelden kreeg ik dommere adviezen dan daar.
Vanaf drie jaar was Merlijn continu verkouden. Het werd wat minder na het verwijderen van zijn amandelen maar bleef aanwezig, tot we er via bloedonderzoek achter kwamen dat hij allergisch is voor pollen. Met neusspray kunnen we nu de ergste symptomen bestrijden als de pollentijd is aangebroken.
Ook voor katten bleek de kleine man allergisch, maar we besloten toch katten te nemen omdat ook zijn vader eroverheen gegroeid leek. En we gunden hem een jeugd met dieren.
Het bleek niet zo'n slimme zet. Vorig jaar kreeg hij last van hele nare grote plekken op benen en billen, die herhaaldelijk ontstoken waren. Zalfjes van de huisarts haalden niets uit. De diagnose waaierde van krentenbaard (wat het niet was) naar allergie naar eczeem en weer terug. Op school moest het arme kind gymen met een lange broek aan en op de laatste dag voor de schoolvakantie mocht hij niet mee spelen in de pierebadjes op het plein, omdat er gedacht werd dat het besmettelijk was wat hij had. Vreselijk.
Nu zijn we eindelijk bij een goede huidarts beland, is het oordeel aangeboren eczeem en blijken zijn melk-, pollen en kattenallergieën er verband mee te houden. We hebben zalven gekregen die helpen, krijgen advies over voedsel, kleding, baden, huisdieren en zwemmen en snappen nu het totaalplaatje.
Sommige dingen had ik graag veel eerder gehoord. Maar al met al ben ik blij met al die oogopeners van vandaag.
De vraagtekens in het leven van je eigen kind zie je graag verruild voor punten.
|
|
|
Kind
|
|
Geschreven door Administrator
dinsdag, 30 maart 2010 21:34
|
'OK Merlijn, doe maar alsof ik de klas ben. Wat ga je vertellen over dino's?'
Een diepe zucht komt van de overkant van de tafel. De zesjarige heeft er geen zin vandaag. Maar over twee dagen heeft hij 'praatstoel' en zal hij zijn klas gedurende tien minuten moeten boeien met het gesproken woord. Daar moeten we even op oefenen.
Ik pak de mini-triceratops die op zijn zij ligt. 'Kun je me vertellen wat deze eet?'
'Planten.'
'Als je dat aan de klas vertelt, moet je een hele zin maken, jongen. Dus 'de triceratops eet planten.''
'De triceratops eet planten.' Diepe zucht.
Het is even stil. Het kind hangt over de tafel en doet zijn best dramatisch aan te dikken hoe ontzettend geen zin hij heeft in dit alles. Ik peins wat wijsheid is.
'Goed, we vergeten wat we net hebben opgezocht over dino's. Zeg maar gewoon wat je erover wilt vertellen. Schrijf ik het op.'
Er wordt iets wakker tegenover me. Bruine ogen gaan glimmen, het pezig lijfje komt overeind. Handen pakken de dinosaurus-atlas die sinds een paar weken zijn bijbel is.
'Hier is de Tyrannosaurus Rex mama, die is heel gemeen. Hij heeft grote tanden en eet iedereen op, ook krokodillen. En hier' -feilloos weet hij de weg in zijn atlas- 'is de Diplodocus, maar die noem ik gewoon langnek. Die is even groot als een hijskraan en hij eet alle blaadjes van de bomen. En zijn staart slaat je zo een miljoen meter weg.'
Zijn wangen krijgen kleur. 'Over deze wil ik ook iets zeggen, die woont in het moeras maar ik vergeet zijn naam steeds want die is veel te moeilijk. Hij is wel heel mooi he? Dat op zijn kop heet een kam en daar zitten gaten in en daar komt geluid uit.'
Het is even stil. Dan klinkt er een bronstig geloei dat uit de mond van mijn zoon blijkt te komen.
'Ik denk dat ie zulke geluiden maakte, mama.'
'Ik denk het ook,' knik ik trots.
'Oh en in Naturalis in Lijmen zag ik botten van de Diplodocus. En in het Nunebedcentrum fossielen, toch? Van dieren die op stenen gingen liggen en toen zelf een steen werden.'
Ik knik en leg mijn pen weg. Tegenover me heeft een kleine man zijn praatstoel gevonden.
Een verhaal dat van binnen leeft komt er vanzelf uit. Daar hoeft geen moedertjelief iets aan te doen. Behalve trots zijn en alle vertrouwen hebben in dat heerlijke bloedje van me.
|
|
Kind
|
|
Geschreven door Administrator
zaterdag, 27 februari 2010 20:32
|
Merlijn logeert bij opa en oma en mag in hun grote bed, terwijl wij beneden zitten. Met de storm die om de boerderij raast en die rare dakgeluiden veroorzaakt, is het moeilijk voor de zesjarige om in slaap te vallen. Om 22.00 slaapt hij nog niet en ga ik bij hem zitten.
'Mama, ik hoorde steeds enge voetstappen op de trap.'
'Maar er waren geen voetstappen.'
'Jawel hoor. En er zat iemand aan de poten van mijn bed te zagen.'
'Hoe kan dat nou?'
'Ik hoorde het. Iemand zat eraan te zagen. En er ging ook iemand op mijn bed zitten.'
'Maar dat kan toch allemaal niet schat. Papa, ik, opa en oma zijn de enige mensen die verder in huis zijn.'
'Nee, er zijn hier meer mensen hoor. In het dak zitten denk ik ook mensen.'
'In het dak?'
'Ja, luister maar.'
Stil liggen we naast elkaar en spitsen onze oren. Het dak kraakt een beetje door de wind.
'Dat is de wind schat.'
'Nee, dat zijn de windmensen.'
'Zijn dat dezelfde mensen die aan je bed zitten te zagen?'
'Ik denk het wel mama.'
'Zal ik dan lekker bij je blijven tot je slaapt?'
Diepe, opgelucht zucht.
'Ja graag...'
En dus bleef ik om de zagende windmensen te verjagen tot de kleine man sliep. Dat was trouwens binnen vijf minuten. Soms kan een overdosis fantasie je behoorlijk in de weg zitten.
|
|